Astrea / News / Misbruik van machtspositie door Peugeot Oostenr...

30-03-2021

Misbruik van machtspositie door Peugeot Oostenrijk

Publications | Barbara Terriere

Lorem ipsum dolor sit amet,
consetetur sadipscing elitr,
sed diam nonumy eirmod
tempor invidunt ut labore et
dolore

Op 17 februari 2021 heeft het Oostenrijkse Hooggerechtshof een uitspraak gedaan in een zaak die opgestart was door een Oostenrijkse dealer “Buechl” tegen de Oostenrijkse invoerder Peugeot.

Deze dealer had in 2018 een procedure gestart wegens het commercieel beleid van Peugeot, dat op vele punten “abusief” zou zijn t.a.v. de dealers, die economisch afhankelijk zouden zijn van de invoerder. Deze dealer was reeds een 30-tal jaar Peugeot-dealer en dit merk vormde voor hem meer dan 60% van zijn business.

Het Hof heeft nu de uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg bijgetreden en geoordeeld dat Peugeot effectief een ‘misbruik van machtspositie’ pleegde t.a.v. de dealer via haar commercieel beleid. Het Hof gelastte Peugeot om binnen de 3 maanden haar commercieel beleid te herdefiniëren. Andere punten zouden opnieuw onderzocht worden door de lokale mededingingsautoriteit.

De grote struikelblokken van dat commercieel beleid van Peugeot zijn de volgende:

1. Het feit dat de bonus-vergoeding voor de verkoop van nieuwe voertuigen gekoppeld is aan een systeem van klantentevredenheidsonderzoeken; Om in aanmerking te komen voor een bonus wordt als toegangsdrempel een minimale score van 80% (“klantenaanbevelingen”) vereist, hetgeen bovendien streng wordt beoordeeld (enkel een score van 9/10 geldt als “klantenaanbeveling”); De dealer moet derhalve zijn klanten beïnvloeden om de hoogst mogelijke score te geven, hetgeen een aanzienlijke inspanning op het gebied van communicatie vereist en bovendien als beschamend wordt ervaren wegens beïnvloeding van de klant.
2. Het feit dat de bonus-vergoeding voor de verkoop van nieuwe voertuigen gekoppeld is aan onredelijk hoge verkoopdoelstellingen (boven de algemene raming van de verkooptrends); Om in aanmerking te komen voor een bonus wordt als toegangsdrempel onder meer een minimale score van 80% vereist; Peugeot was zich bewust van het onredelijk karakter, aangezien in de voorgaande jaren de verkoopdoelstellingen verschillende keren waren verlaagd in het kader van een arbitrageprocedure met deskundigen;
3. Het feit dat de dealers concurrentie hebben van verkooppunten die ‘verbonden vennootschappen’ zijn van de invoerder en die zeer lage retailprijzen bieden aan eindklanten, terwijl de veroorzaakte verliezen worden opgevangen door de invoerder; 4. Het economisch verplichten van de dealers om deel te nemen aan nationale promoties (teneinde hun verkoopdoelstellingen te kunnen behalen), zodat dealers beperkt zijn om hun prijs aan eindklanten vrij te bepalen.
5. De verplichting om garantiewerkzaamheden uit te voeren met een controlesysteem dat duur is voor de dealers, waardoor dergelijke werkzaamheden economisch niet rendabel zijn;
6. De verwerking van garanties met uurtarieven en onderdelen-prijzen die de kosten niet dekken voor de dealers;
7. Het doorrekenen aan de dealers van de kosten van mystery shopping, mystery leads en basiscriteria audits voor de verkoop van nieuwe voertuigen en naverkoop activiteit.

Deze beslissing van het Hof was vooral gebaseerd op een Oostenrijkse nationale wet m.b.t. ‘misbruik van machtspositie’ (gebaseerd op het begrip ‘relatieve marktmacht’), maar het Hof oordeelde dat ook de parallelle regeling onder Europees recht (overeenkomstig artikel 102 Verdrag Europese Unie) van toepassing is.

Is deze uitspraak relevant voor België? Daar is het antwoord “ja”, aangezien België ook een dergelijke nationale wetgeving heeft m.b.t. ‘economische machtspositie’ (wet van 4 april 2019). Deze uitspraak van het Oostenrijkse Hof zou dus mogelijks wel in aanmerking kunnen worden genomen door de Belgische rechtenbanken die zich over een gelijkaardig geschil zouden buigen. Ook in het licht van de sterk evoluerende markt in de automobielsector, is deze uitspraak mee in rekening te nemen door de invoerders bij de bepaling van hun commercieel beleid en strategische plannen m.b.t. hun dealer netwerken.