COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

WELKOM

Astrea, gespecialiseerd juridisch advies voor bedrijven, ondernemers en overheden

Juridische problemen beperken zich zelden tot één juridisch domein.

Astrea is een onafhankelijk advocatenkantoor waar meer dan 35 advocaten, met elk hun specialisatie, samen alle vakgebieden afdekken waarmee een bedrijf, ondernemer of overheid in aanraking kan komen.

De samenstelling van het kantoor resulteert in een totaalbenadering: we stellen op maat van de cliënt en i.f.v. het probleem een team van gespecialiseerde advocaten samen dat vervolgens de meest efficiënte oplossing biedt over de verschillende rechtsgebieden heen.

De unieke mix van passie en respect maakt het Astrea-team sterk. Elk teamlid zorgt elke dag voor een cliëntgerichte en gedreven aanpak. We reageren snel, werken pragmatisch en proactief. Naast kwaliteit is kostenefficiëntie voor ons een must.

NIEUWS

BARBARA TERRIERE PARTICIPATES IN SEMINAR AT THE "INTERNATIONAL ASSOCIATION OF YOUNG LAWYERS" CONGRESS IN TEL AVIV

26.5.2016

Barbara Terriere, lawyer at the Belgian law firm “Astrea”, will share her knowledge and highlight some challenges with regard to Belgian distribution, franchise and agency law, as one of the speakers at the congress of the “International Association of Young Lawyers” (AIJA).

The congress will be held in Tel Aviv (Israel), from 22 to 24 June 2016.

For more information: www.aija.org.

lees meer >

OLIVIER VAN FRAEYENHOVEN WERKT MEE AAN HET SEMINARIE “UITDAGINGEN BIJ DE REORGANISATIE VAN EEN DISTRIBUTIENETWERK"

24.5.2016

Op donderdag 26 mei 2016 zal Olivier Van Fraeyenhoven, partner bij Astrea, in Zaventem deelnemen aan een panelgesprek tijdens het seminarie “Uitdagingen bij de reorganisatie van een distributienetwerk”, dat wordt georganiseerd door Contrast Law Seminars.

Tijdens het panelgesprek geeft het panel aan de hand van een casus toelichting bij de topics die bij de reorganisatie van een distributienetwerk niet uit het oog mogen worden verloren. Zowel op de juridische, als praktische uitdagingen die met een reorganisatie gepaard gaan wordt ingezoomd.

Voor verdere informatie over dit seminarie kan u hier terecht.

lees meer >

NIEUWE INFORMATIEVERPLICHTINGEN BIJ ONLINE VERKOOP

24.5.2016

Een nieuwe Europese verordening (nr.524/2013) is op 19 januari 2016 in werking getreden en legt bijkomende regels op met betrekking tot online-beslechting van consumentengeschillen. Deze verordening voorziet een buitengerechtelijke oplossing van geschillen tussen ondernemingen en consumenten, zonder dat daar een rechter aan te pas komt (dit wordt ook wel “ADR” of” Alternative Dispute Resolution” genoemd).

De verordening creëert hiervoor een website genaamd “the Online Dispute Resolution platform” (ODR), die informatie over dit onderwerp bevat en waar een elektronisch klachtenformulier kan ingevuld worden door ondernemingen en consumenten. Er kan ook relevante documentatie geüpload worden om de klacht te staven. Een link naar deze website (http://ec.europa.eu/odr/) moet in de algemene voorwaarden, e-mails en op de website van elke handelaar geplaatst worden in zijn communicatie naar consumenten toe.

Het ODR platform zal ook dienen om klachten over te maken aan de bevoegde nationale ADR-entiteiten, die de klachten dan verder zullen behandelen. In het geval van België is dit de Consumentenombudsdienst (www.consumentenombudsdienst.be).

lees meer >

NIEUWE WET OVERHEIDSOPDRACHTEN GOEDGEKEURD

17.5.2016

Met 81 stemmen voor, 44 stemmen tegen en 13 onthoudingen werd op 12 mei 2016 in het Federaal Parlement de nieuwe overheidsopdrachtenwet goedgekeurd.

Deze Wet zet de Europese Richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU om naar Belgisch recht.

Eén van de voornaamste doelstellingen van zowel de Richtlijnen als de nieuwe Belgische Wet betreft het bevorderen van een grotere deelname van de KMO’s aan overheidsopdrachten.

Wanneer de Wet in werking zal treden is vooralsnog niet bekend.

Een Koninklijk Besluit dient de datum van inwerkingtreding nader te bepalen.

Ook de uitvoeringsbesluiten van de overheidsopdrachtenwet zullen bovendien nog inhoudelijk aangepast worden.

lees meer >

VLAAMSE REGERING KEURT HET VOORONTWERP VAN HET NIEUWE ONTEIGENINGSDECREET GOED

6.5.2016

Op 25 maart 2016 keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van het nieuwe onteigeningsdecreet goed.

Het decreet stelt één overkoepelende onteigeningsregeling voor alle onteigeningen binnen het Vlaamse Gewest voorop. De bestaande federale onteigeningswetten zullen dus niet langer van toepassing zijn binnen het Vlaamse Gewest, met uitzondering van de onteigening door de federale overheid zelf of door de federale overheid gemachtigde instellingen die op federale bevoegdheden betrekking hebben (cfr. artikel 6quater van de BWHI).

Eén van de grootste nieuwigheden bestaat erin dat de gemeenten en provincies niet meer zullen moeten beschikken over een onteigeningsmachtiging vooraleer ze kunnen over gaan tot onteigening. Het nieuwe decreet stelt tevens ingrijpende wijzigingen voor op het vlak van zelfrealisatie en de aanvechtbaarheid van het onteigeningsbesluit voor een nog op te richten Vlaams administratief rechtscollege.

Het voorontwerp van decreet wordt nu voor advies voorgelegd aan verschillende adviesraden en de Raad van State. Daarna zal wellicht nog een stevig debat in het Vlaams Parlement volgen. Wordt vervolgd.

lees meer >

CISKA SERVAIS WERKT MEE AAN HET CONGRES INSURANCE DAY IN BRUSSEL

2.5.2016

Op donderdag 26 mei 2016 zal Ciska Servais, partner bij Astrea, in Brussel spreken over “Actuele jurisprudentie rond de aansprakelijkheid van aannemers” op Insurance Day, het congres voor verzekeringen in de bouw en voor verzekeringen in de publieke sector.

Dit congres wordt georganiseerd door de EBP-Groep, die ondersteuning verleent bij overheidsopdrachten aan bedrijven en overheden in België, Nederland, Luxemburg en Frankrijk.
Deze ondersteuning vertaalt zich in een online beheerplatform, persoonlijk advies en opleidingen en events. De evenementen van EBP – themadagen rond overheidsopdrachten – bieden al wie in aanraking komt met overheidsopdrachten de ideale gelegenheid om kennis uit te wisselen.

Voor meer informatie over het congres kan u hier terecht.

lees meer >

CIRCULAIRE ECONOMIE (EN DE BOUWSECTOR): EEN DUIDELIJK JURIDISCH KADER?

21.4.2016

In een circulaire economie worden de materialen die gebruikt worden in het productieproces zo goed als mogelijk gerecupereerd om dienst te kunnen doen als grondstof in een volgende productieketen.

Om het productieproces te optimaliseren moet reeds bij de ontwikkelingsfase van een nieuw product gekeken worden naar de behandeling van de gebruikte materialen op het einde van het productieproces (cfr. eco-design en innovatie). Verder kunnen samenwerkingsverbanden worden opgezet tussen verschillende sectoren.

Specifiek voor de bouwsector heeft de EU, tegen de achtergrond van het Horizon 2020-programma, het BAMB-consortium (Building As Material Banks) opgericht. De bedoeling is gebouwen in de toekomst als “materiaalbanken” te beschouwen, d.i. als grondstof voor nieuwe projecten. Dit uitgangspunt zal tot gevolg hebben dat ook de manier waarop gebouwen onderhouden worden opnieuw moet worden bekeken.

Hoewel de circulaire economie zeer aantrekkelijk klinkt als alternatief voor de grondstoffenschaarste, moet men ook steeds de praktische moeilijkheden en uitdagingen voor ogen houden. Zo zal de financiering van deze projecten moeten worden herbekeken (vb.  welke financiële producten? hoe risico’s evalueren?), zal het huidige beleid moeten worden geëvalueerd (bv. subsidies vs. belastingen, aanbestedingscriteria), en zullen alternatieve managementprocessen moeten worden uitgedacht.

Ook juridisch gezien is het niet evident om de veranderde concepten uit de circulaire economie toe te passen. Zo stootte men tijdens het duurzame bouwconcept van het gemeentehuis van Brummen (Nederland) bijvoorbeeld op de moeilijkheid dat een leverancier van bouwmaterialen die eigenaar wenste te blijven van de bouwmaterialen, zijn eigendomsrecht verloor zodra de bouwmaterialen werden geïncorporeerd in het bouwwerk. Verder kunnen discussies ontstaan tussen bijvoorbeeld een eigenaar van zonnepanelen en de eigenaar van het dak. Er zal moeten worden nagegaan wie het risico dient te dragen bij waardevermindering van een bouwmateriaal. Men zal zich de vraag moeten stellen welke regelgeving van toepassing is op de sloop van gebouwen en of de gesloopte stoffen juridisch wel als ‘afvalstof’ kunnen worden aanzien.

De verandering naar een circulaire economie zal dus ook noodgedwongen aanleiding geven tot een aanpassing van de bestaande (lineaire) juridische concepten.

lees meer >

BURENHINDER: EEN FOUTLOZE AANSPRAKELIJKHEID?

21.4.2016

Wie kan men aanspreken in het geval een brand uitbreekt in een gebouw en deze brand overslaat naar een aanpalend gebouw, en op welke grondslag? Bestaat er een verschillende rechtsgrondslag indien er sprake is van een fout?

Traditioneel wordt voorgehouden dat burenhinder een foutloze aansprakelijkheid uitmaakt, terwijl om toepassing te kunnen maken van de regels van de buitencontractuele aansprakelijkheid, een fout moet worden aangetoond.

Op 11 februari 2016 velde het Hof van Cassatie een interessant arrest over het concept burenhinder (artikel 544 BW) en de aflijning hiervan aan de toepassingsvoorwaarden van de buitencontractuele aansprakelijkheid (artikel 1382/83 BW).

Het praktisch belang van het onderscheid tussen beiden spitst zich voornamelijk toe op het bedrag van de schadevergoeding: een vergoeding naar billijkheid (burenhinder), dan wel een integrale schadevergoeding (artikel 1382/83 BW).

Één van de vragen die door het Hof van Cassatie werden behandeld, bestond er in na te gaan of het onderscheid tussen burenhinder, waarbij geen fout moet worden aangetoond en de buitencontractuele aansprakelijkheid ex artikel 1382/83 BW, waarbij een fout moet worden aangetoond, impliceert dat zodra er sprake is van een fout, er geen toepassing meer kan worden gemaakt van de leer van de burenhinder. Met andere woorden: sluit het bewijs van een fout de leer van de burenhinder uit?

Het Hof van Beroep te Gent had op 6 februari 2014 geoordeeld dat het bewijs van een fout tot gevolg heeft dat niet langer beroep kan worden gedaan op de leer van de burenhinder. Deze overweging werd verbroken door het Hof van Cassatie om reden dat om toepassing te kunnen maken van de leer van de burenhinder, enkel een abnormale hinder moet worden aangetoond die veroorzaakt werd door een daad, verzuim of gedraging die aan een buur aanrekenbaar is. De raadsheren van het Hof van Beroep te Gent hadden in hun arrest aldus een voorwaarde toegevoegd die de leer van de burenhinder niet bevat.

Met andere woorden: om beroep te kunnen doen op de leer van de burenhinder is geen fout vereist, maar het bewijs van een fout sluit de toepassing ervan evenmin uit.

Hoewel men in de praktijk bij het bewijs van een fout vaak geneigd zal zijn beroep te doen op de buitencontractuele aansprakelijkheid, kan deze verduidelijking van het Hof van Cassatie o.a. een praktisch belang hebben in het geval het moeilijk blijkt de concrete omvang van de schade te bewijzen.

lees meer >

ASTREA ASSISTS GEODYNAMICS IN CLOSING ITS PARTNERSHIP WITH SOFINDEV

18.4.2016

Astrea has assisted the shareholders of Geodynamics, a company specialized in tracking and registration solutions for mobile employees and vehicles (www.geodynamics.be), in the sale of a majority part of their shares in Geodynamics to Sofindev IV. As a result of the transaction, Sofindev IV has acquired a majority stake in Geodynamics, while the shareholders of Geodynamics retain a significant minority stake and remain in charge as managing directors of Geodynamics.

The purchaser, Sofindev, is one of the most important investment funds in Belgium. Sofindev IV, a new Sofindev investment fund created in May 2015, is especially dedicated to the investing of private equity in small and medium-sized Belgian companies with a certain growth potential (www.sofindev.be).

Through this partnership, Geodynamics aims to accelerate its strong growth in the local market of Belgium, but also intends to further expand on an international level.

The Astrea team members involved were partners Steven De Schrijver and Dieter Veestraeten, and senior associates Philippe Willemsens and Thomas Daenens.

lees meer >

STIJGING VAN HET AANTAL KMO’S INGEVOLGE WIJZIGING VAN DE KMO-DREMPELWAARDEN

11.4.2016

Met de wet van 18 december 2015 tot omzetting van de Europese “boekhoudrichtlijn” 2013/34/EU werd de definitie van ‘kleine vennootschap’ gewijzigd en werd het begrip ‘microvennootschap’ (dat reeds bestond in het WIB) ingevoerd in het W.Venn.

Kleine vennootschap – Conform het gewijzigde art. 15, §1 W.Venn. zijn kleine vennootschappen deze die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan 1 van de volgende criteria overschrijden:

  1. Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50
  2. Jaaromzet (excl. BTW): 9.000.000 EUR (voordien: 7.300.000 EUR)
  3. Balanstotaal: 4.500.000 EUR (voordien: 3.650.000 EUR)

Een vennootschap met meer dan 100 werknemers wordt niet langer automatisch als “groot” beschouwd indien de criteria onder (2) en (3) niet worden overschreden.

Microvennootschap – Conform het nieuwe art. 15/1, §1 W.Venn. zijn microvennootschappen deze die op datum van de jaarafsluiting geen dochter- of moedervennootschap zijn en die niet meer dan 1 van de volgende criteria overschrijden:

  1. Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 10
  2. Jaaromzet (excl. BTW): 700.000 EUR
  3. Balanstotaal: 350.000 EUR

Uit studies blijkt dat ruim 80% van de Belgische ondernemingen onder de definitie ‘microvennootschap’ zal vallen. Zij zullen kunnen genieten van een administratieve vereenvoudiging op het vlak van het opstellen van de jaarrekening (neerlegging van een beperkte jaarrekening), een verlaging van de kosten van de neerlegging, alsook van fiscale voordelen.

Bovenstaande wijzigingen zijn van toepassing op de boekjaren die een aanvang nemen na 31 december 2015 (let wel, er geldt een overgangsregeling).

lees meer >

HET GRONDWETTELIJK HOF OVER DE BEDRIJFSVOORHEFFING, DE FISCUS EN DE WCO PROCEDURE, ARREST 24 MAART 2016.

6.4.2016

Nauwelijks één maand na het vorige arrest oordeelt het Hof opnieuw over de rechten van de fiscus in de WCO procedure. Ditmaal liggen de kaarten anders.

Het Hof oordeelt dat de bedrijfsvoorheffing op het loon van de werknemers, voor het werk gepresteerd vóór de opening van de WCO procedure, in het reorganisatieplan niet kan worden gereduceerd.

Sinds 2013 kan het plan geen vermindering of kwijtschelding bevatten van schuldvorderingen die zijn ontstaan uit vóór de opening van de procedure verrichte arbeidsprestaties.  Deze bepaling moest de werknemers beschermen.

De arbeidsprestaties leveren een brutoloon op dat volgens art. 3bis van de loonbeschermingswet van 12 april 1965 in zijn geheel wordt beschermd, dus vooraleer de inhoudingen (zoals de bedrijfsvoorheffing) in mindering worden gebracht.

De werknemer heeft een vorderingsrecht maar geen inningsrecht voor het deel van het brutoloon dat als bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden. Dit inningsrecht komt de fiscus toe ten laste van de werkgever. De werkgever heeft een eigen schuld, die met boetes en verzwaarde bestuurdersaansprakelijkheid wordt gesanctioneerd.

Toch besluit het Hof: “Dat de schuldvordering inzake loon van de werknemer ook de bedrijfsvoorheffing omvat als inhouding die is ontstaan uit de arbeidsprestaties van de werknemer, waarop de werknemer krachtens zijn arbeidsovereenkomst recht heeft, en die deel uitmaakt van het loon dat de werkgever heeft toegezegd, dat in dat opzicht door de wet van 12 april 1965 wordt beschermd”.

Doordat de bedrijfsvoorheffing op het loon in de WCO-procedure niet kan worden verminderd, zal de onderneming in WCO dit volledig moeten betalen, eventueel via een afbetalingsplan. Toch is dit volgens het Hof geen voorrecht voor de fiscus.

Er ontstaat dus een verschillende behandeling van de fiscale schulden in de WCO procedure: de bedrijfsvoorheffing op de personenbelasting kan niet, maar de vennootschapsbelasting en de BTW kunnen wél worden gereduceerd.  Volgens het Hof schendt deze verschillende behandeling de Grondwet niet omdat het doel om het loon te beschermen dit rechtvaardigt.  Dit arrest zal de discussie allicht niet doen verstommen.  5 april 2016, Louis Verstraeten

lees meer >