COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

WELKOM

Astrea, gespecialiseerd juridisch advies voor bedrijven, ondernemers en overheden

Juridische problemen beperken zich zelden tot één juridisch domein.

Astrea is een onafhankelijk advocatenkantoor waar meer dan 35 advocaten, met elk hun specialisatie, samen alle vakgebieden afdekken waarmee een bedrijf, ondernemer of overheid in aanraking kan komen.

De samenstelling van het kantoor resulteert in een totaalbenadering: we stellen op maat van de cliënt en i.f.v. het probleem een team van gespecialiseerde advocaten samen dat vervolgens de meest efficiënte oplossing biedt over de verschillende rechtsgebieden heen.

De unieke mix van passie en respect maakt het Astrea-team sterk. Elk teamlid zorgt elke dag voor een cliëntgerichte en gedreven aanpak. We reageren snel, werken pragmatisch en proactief. Naast kwaliteit is kostenefficiëntie voor ons een must.

NIEUWS

NIEUWE STANDAARDPROCEDURE VOOR ORIËNTERENDE BODEMONDERZOEKEN

28.6.2016

Op 1 juli 2016 treedt het besluit van 13 juni 2016 tot vaststelling van een standaardprocedure voor oriënterend bodemonderzoek in het kader van het Bodemdecreet in werking (BS 28 juni 2016).

Een oriënterend bodemonderzoek heeft tot doel uit te maken of er duidelijke aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging en verricht daarvoor een historisch onderzoek en een beperkte monsterneming van de kwestieuze grond onder leiding van een erkende bodemsaneringsdeskundige. Op basis hiervan kan nagegaan worden of er een beschrijvend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd.

De standaardprocedure, die door huidig besluit gewijzigd wordt, bepaalt de wijze waarop de bodemsaneringsdeskundige het oriënterend bodemonderzoek dient uit te voeren. Concreet legt deze procedure vast wat de vereiste onderzoeksinspanning is die aan de dag moet worden gelegd, maar de bodemsaneringsdeskundige kan hier op gemotiveerde wijze van afwijken op voorwaarde dat hierdoor een gelijkaardige of betere kwaliteit van informatie kan bekomen worden. Verder kan ook sectoraal van de standaardprocedure afgeweken worden indien dit vastgelegd wordt in goedgekeurde richtlijnen of codes van goede praktijk.

De meeste wijzigingen aan de standaardprocedure vloeien voort uit recente wijzigingen aan het Bodemdecreet en aan het Vlarebo. Zo worden inrichtingen, waarvan de sluiting dateert van vóór 11 februari 1946, niet langer beschouwd als risico-inrichtingen, en wordt ook de rechtsfiguur van het risicobeheer volledig opgedoekt. Daarnaast werd ook de nieuwigheid van prekadastratie in de standaardprocedure verwerkt (m.n. het opnemen in een notariële verkoopakte van een voorlopig referentienummer dat het kadaster toekent aan het afbakeningsplan, wanneer men tot verkoop van een deel van een perceel wil overgaan of wanneer men één of meerdere percelen splitst, samenvoegt of verkavelt. Deze gereserveerde nummers bestaan dus nog niet officieel en worden pas effectief gekadastreerd nadat de FOD Financiën de akte verwerkt heeft).

Tot 30 juni 2016 blijft de oude standaardprocedure van september 2015 nog van kracht; hierna dient de nieuwe procedure te worden toegepast. De geactualiseerde versie van de standaardprocedure is alvast terug te vinden op de website van de OVAM.

lees meer >

STEVEN DE SCHRIJVER AND THOMAS DAENENS CONTRIBUTED THE BELGIAN CHAPTER TO THE INTERNATIONAL COMPARATIVE LEGAL GUIDE TO CORPORATE GOVERNANCE 2016

28.6.2016

Steven De Schrijver and Thomas Daenens of Astrea have contributed the Belgian Chapter 5 of the International Comparative Legal Guide to Corporate Governance 2016 (9th edition).

This guide provides the international practitioner and in-house counsel with a comprehensive worldwide legal analysis of the laws and regulations of corporate governance. It is divided into country question and answer chapters, which provide a broad overview of common issues in corporate governance laws and regulations in 30 jurisdictions. All chapters are written by leading corporate governance lawyers and industry specialists.

Read the Belgian Chapter to the International Comparative Legal Guide to Corporate Governance 2016, contributed by Steven De Schrijver and Thomas Daenens.

lees meer >

DEUR TERUG OPEN VOOR PRIVATE DEELNAME IN INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKINGSVERBANDEN

27.6.2016

Op 27 juni 2016 treden enkele belangrijke wijzigingen aan het Decreet betreffende de intergemeentelijke samenwerking in werking door middel van het Decreet van 13 mei 2016 (BS 17 juni 2016). De mogelijkheid voor private partners om deel te nemen aan opdrachthoudende verenigingen, vormt hiervan meteen de blikvanger.

Eén van de krachtlijnen van het Decreet van 16 juli 2001 betreffende de intergemeentelijke samenwerking was nochtans net de uitsluiting van de private deelname in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid. De redenering was dat dergelijke deelname tot onduidelijkheid en belangenvermenging zou kunnen leiden en deze publiek-private samenwerking niet compatibel zou zijn met het Europese mededingings- en overheidsopdrachtenrecht (Parl.St. Vl. Parl. 2000-01, nr. 565/1, 5).

Het regeerakkoord van de huidige Vlaamse regering stelde de invoering van deze private deelname toch opnieuw voorop, en uitgerekend bijna 15 jaar na de inwerkingtreding van het oorspronkelijke decreet zal dit dus opnieuw mogelijk worden, zij het uitsluitend binnen de energiedistributie- en de afvalverzamelings- en verwerkingssector.

Deze private deelname wordt wel aan enkele restricties onderworpen:

  • de deelnemende privaatrechtelijke personen mogen samen over niet meer dan 25% van het totale aantal statutair bepaalde stemmen beschikken;
  • hun inbreng mag geen controle of blokkerende macht opleveren;
  • ze mogen geen beslissende invloed op de vereniging uitoefenen;
  • de gezamenlijke inbreng van alle private partners samen moet beperkt zijn tot maximaal 49% van het totale maatschappelijke kapitaal.

Deze beperkingen zijn duidelijk geïnspireerd op de meest recente Europese richtlijnen inzake overheidsopdrachten en concessies en beogen de zogenaamde “in house”-exceptie toepasselijk te maken op deze opdrachthoudende verenigingen met private deelname. Op die manier vallen ook deze opdrachthoudende verenigingen buiten het toepassingsgebied van de overheidsopdrachtenwetgeving wanneer aan hen opdrachten gegund zouden worden en staan zij op dit punt op gelijke voet met de zuiver publiekrechtelijke opdrachthoudende verenigingen.

Het decreet van 16 mei 2016 zet daarnaast ook de deur open voor de deelname van politie- en hulpverleningszones in samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid. Het wordt ook mogelijk voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden om meerdere doelstellingen te behartigen, ook al zijn deze inhoudelijk of functioneel niet samenhangend. Op die manier wil de decreetgever vermijden dat gemeentes telkens nieuwe constructies gaan oprichten wanneer ze bijkomende doelstellingen zouden wensen na te streven via een intergemeentelijke samenwerking.

De meeste wijzigingen aan het decreet betreffende de intergemeentelijke samenwerking treden in werking op 27 juni 2016, met uitzondering van de bepalingen inzake de uitdoving van de provinciale deelname in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, dewelke pas in werking treden op 1 januari 2019.

lees meer >

WIJZIGINGEN VOOR VENNOOTSCHAPPEN

23.6.2016

Op 20 juni 2016 trad het Koninklijk Besluit van 31 mei 2016 tot wijziging, wat de koppeling van registers betreft, van het KB van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek vennootschappen in werking. De voornaamste wijziging is de invoering van nieuwe inschrijvingsformulieren voor vennootschappen bij publicaties in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad (model 15.1).

Hoewel de nieuwe formulieren reeds elektronisch beschikbaar zijn (via de website http://www.ejustice.just.fgov.be/tsv_pub/form_n.htm) zouden de oude modellen voorlopig (en tijdelijk) nog worden aanvaard. Om discussie te voorkomen, raden wij evenwel aan om onmiddellijk gebruik te maken van de nieuwe modellen.

Daarnaast werd recent aangekondigd (in de wet van 6 juni 2016 tot wijziging van het Wetboek van economisch recht wat uittreksels uit de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) betreft) dat KBO-uittreksels in de toekomst niet enkel kunnen worden opgevraagd in de 3 officiële landstalen, maar ook, zij het op uitdrukkelijk verzoek, in het Engels.

Voornoemde wet treedt maar in werking op 10 juni 2017, zodat er voorlopig nog dient te worden gewerkt met eigen (al dan niet beëdigde) vertalingen naar het Engels.

lees meer >

SPECIAAL HUURREGIME VOOR POP-UP STORES

23.6.2016

Op 8 juni 2016 is het decreet houdende huur van korte duur voor handel en ambacht goedgekeurd in het Vlaams Parlement.

Het nieuwe decreet – dat nog bekrachtigd moet worden door de Vlaamse regering - biedt een welkome oplossing voor de steeds populairder wordende “pop-up stores”.

Voordien was het zeer moeilijk om voor deze pop-up stores huurcontracten op te stellen zonder onder de dwingende toepassing van de handelshuurwet terecht te komen. De toepassing van de handelshuurwet zorgde ervoor dat er een verplichte minimumduur van negen jaar toegepast moest worden, wat uiteraard absoluut niet strookt met het pop-up concept.

De bezetting ter bede werd vaak toegepast om de handelshuurwet buiten spel te zetten, maar creëerde veel rechtsonzekerheid, vooral voor de huurder.

Het nieuwe decreet voert een afzonderlijk huurregime in voor huurcontracten voor handelspanden met een duurtijd van minder dan één jaar. Alle huurcontracten die korter lopen dan één jaar worden zo aan de handelshuurwet onttrokken, terwijl alle overeenkomsten die langer lopen wel nog onder het toepassingsgebied vallen van de handelshuurwet.

lees meer >

VOORSTEL VAN DECREET VOOR MODERNISERING VAN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

9.6.2016

Op 18 mei 2016 werd een voorstel van decreet ingediend in het Vlaamse parlement met het oog op de modernisering van en het wegwerken van de gerechtelijke achterstand bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (Parl.St. Vl. Parl. 2015-16, 777, nr. 1).

De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende:

  • Er wordt een rechtsplegingsvergoeding ingevoerd bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen;
  • De regels betreffende het rolrecht worden geactualiseerd bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het rolrecht wordt ingevoerd bij het Milieuhandhavingscollege;
  • De Raad voor Vergunningsbetwistingen krijgt een beperkte substitutiebevoegdheid;
  • De voorwaarde van belang bij het middel wordt decretaal verankerd;
  • De procedure voor de toepassing van de dwangsom wordt vereenvoudigd;
  • De gewone vordering tot schorsing en de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden duidelijker van elkaar onderscheiden.

Veel van deze voorstellen zijn duidelijk geïnspireerd op de procedurele wijzigingen die in 2014 bij de Raad van State doorgevoerd werden, zoals het belang bij het middel, de invoering van de rechtsplegingsvergoeding en de beperkte substitutiebevoegdheid, en geven duidelijk aan dat de wetgever ervan overtuigd is dat deze wijzigingen in de praktijk hun vruchten afwerpen. Huidig voorstel van decreet heeft niet enkel als doel om de procedure bij de Raad te stroomlijnen en te moderniseren, maar eveneens om een ontradend effect in te bouwen om inhoudelijk minder relevante beroepen te weren.

Dit voorstel zal vervolgens in de parlementaire commissie Algemeen Beleid, Financiën en Begroting worden behandeld. De tijd dringt echter, aangezien de gerechtelijke achterstand bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen alleen maar zal toenemen wanneer deze vanaf 23 februari 2017 eveneens bevoegd wordt voor beroepen inzake milieu- en omgevingsvergunningen.

Wordt ongetwijfeld nog vervolgd…

lees meer >

VERZWAARDE MILIEUVERPLICHTING VOOR AANNEMERS

3.6.2016

Vanaf 1 januari 2017 is een aannemer op grond van de milieuwetgeving verplicht om bij bouw-, sloop- en infrastructuurwerken die langer dan één dag duren de stofemissies zo laag mogelijk te houden (cfr. algemene voorzorgprincipe).

Concreet moeten bij breekwerken, slijpwerken, boringen edm. minstens één van volgende maatregelen worden genomen:

(1) afscherming met doeken of zeilen,

(2) beneveling van de locatie waar de werken worden uitgevoerd,

(3) bevochtiging ter hoogte van de apparatuur,

(4) rechtstreekse stofafzuiging op breekhamers, polijstmachines, slijpschijven, boormachines, freesmachines en schuurmachines.

Het niet-naleven van deze wetgeving kan aanleiding geven tot boetes. Het is dan ook aangewezen de aanvullende milieuverplichtingen op te nemen in het lastenboek, het bestek en de offerte/aannemingsovereenkomst.

Voor meer informatie hierover kan contact worden opgenomen met de cel administratief recht en vastgoedrecht (cs@astrealaw.be of pvw@astrealaw.be).

lees meer >

NIEUWE EUROPESE REGELGEVING MARKTMISBRUIK VANAF 3 JULI 2016 VAN TOEPASSING

2.6.2016

De nieuwe Europese regelgeving met betrekking tot marktmisbruik van 16 april 2014 trad reeds in werking op 2 juli 2014, doch zal pas van toepassing zijn vanaf 3 juli 2016. De nieuwe regelgeving bestaat uit twee luiken: de Verordening nr. 596/2014 betreffende marktmisbruik enerzijds en de Richtlijn nr. 2014/57 betreffende strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik anderzijds.

1. De Verordening marktmisbruik

De Verordening, welke de bekende Richtlijn betreffende marktmisbruik van 2003 vervangt, heeft tot doel om een meer uniform en sterker kader te creëren om de marktintegriteit te beschermen, de transparantie van de interne markt te waarborgen, alsook de rechtszekerheid te verhogen en de regelgeving minder complex te maken. Daar waar de Richtlijn van 2003 nog veel ruimte bood aan de lidstaten voor eigen invulling, zal de Verordening door haar rechtstreekse werking een betere waarborg zijn voor een uniforme toepassing van de regels.

Inhoudelijk blijven de regels echter uiteraard dezelfde. Marktmisbruik wordt omschreven als het begrip dat onwettige gedragingen op de financiële markten omvat. De vier kernbepalingen waarop de Verordening gebouwd is zijn:

  1. Het verbod op handel met voorkennis;
  2. Het verbod om voorkennis wederrechtelijk aan een derde mee te delen;
  3. De plicht voor uitgevende instellingen om koersgevoelige informatie zo snel mogelijk openbaar te maken; en
  4. Het verbod om de markt te manipuleren.

Belangrijk daarbij is dat het toepassingsgebied van de Verordening echter wel werd verruimd ten aanzien van de Richtlijn van 2003. De Europese regelgeving heeft getracht om een antwoord te bieden op het gewijzigde financiële landschap dat vandaag bestaat. Feit is inderdaad dat de laatste jaren financiële instrumenten steeds vaker verhandeld werden op nieuwe vormen van handelsplatformen, dat er nieuwe (geautomatiseerde) handelstechnieken de kop opstaken en dat de focus op OTC-handel (Over The Counter) werd herzien. Op de keper beschouwd zorgt de Verordening dan ook voor een verstrenging van de regels. Zo zal bijvoorbeeld voortaan niet enkel het plaatsen van orders met voorkennis, maar ook het annuleren en/of wijzigen ervan als handel met voorkennis worden beschouwd.

Verder werd ook voorzien in hoge administratieve geldboetes tot maximaal 5 miljoen euro voor natuurlijke personen en tot 15% van de jaarlijkse omzet voor rechtspersonen.

2. De Richtlijn betreffende strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik

Het tweede luik van de nieuwe regelgeving stelt de minimumregels voor strafbaarstelling van marktmisbruik vast. De lidstaten worden op basis van de nieuwe Richtlijn verplicht om te bepalen dat ten minste de ernstige gevallen van handel met voorkennis, marktmanipulatie en wederrechtelijke openbaarmaking van voorkennis als strafbare feiten gelden indien zij opzettelijk zijn begaan. De concrete invulling werd zoals gebruikelijk echter overgelaten aan de lidstaten zelf – zolang ze maar beantwoorden aan de eisen van doeltreffendheid, proportionaliteit en een voldoende afschrikwekkend karakter bezitten.

Voor verdere informatie wordt verwezen naar de betreffende regelgeving zelf:

Verordening: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32014R0596&from=EN

Richtlijn: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32014L0057&from=EN

Uiteraard kan u ons ook rechtstreeks contacteren via e-mail voor aanvullende informatie:

dve@astrealaw.be

sel@astrealaw.be

lees meer >

BARBARA TERRIERE PARTICIPATES IN SEMINAR AT THE "INTERNATIONAL ASSOCIATION OF YOUNG LAWYERS" CONGRESS IN TEL AVIV

26.5.2016

Barbara Terriere, lawyer at the Belgian law firm “Astrea”, will share her knowledge and highlight some challenges with regard to Belgian distribution, franchise and agency law, as one of the speakers at the congress of the “International Association of Young Lawyers” (AIJA).

The congress will be held in Tel Aviv (Israel), from 22 to 24 June 2016.

For more information: www.aija.org.

lees meer >

OLIVIER VAN FRAEYENHOVEN WERKT MEE AAN HET SEMINARIE “UITDAGINGEN BIJ DE REORGANISATIE VAN EEN DISTRIBUTIENETWERK"

24.5.2016

Op donderdag 26 mei 2016 zal Olivier Van Fraeyenhoven, partner bij Astrea, in Zaventem deelnemen aan een panelgesprek tijdens het seminarie “Uitdagingen bij de reorganisatie van een distributienetwerk”, dat wordt georganiseerd door Contrast Law Seminars.

Tijdens het panelgesprek geeft het panel aan de hand van een casus toelichting bij de topics die bij de reorganisatie van een distributienetwerk niet uit het oog mogen worden verloren. Zowel op de juridische, als praktische uitdagingen die met een reorganisatie gepaard gaan wordt ingezoomd.

Voor verdere informatie over dit seminarie kan u hier terecht.

lees meer >

NIEUWE INFORMATIEVERPLICHTINGEN BIJ ONLINE VERKOOP

24.5.2016

Een nieuwe Europese verordening (nr.524/2013) is op 19 januari 2016 in werking getreden en legt bijkomende regels op met betrekking tot online-beslechting van consumentengeschillen. Deze verordening voorziet een buitengerechtelijke oplossing van geschillen tussen ondernemingen en consumenten, zonder dat daar een rechter aan te pas komt (dit wordt ook wel “ADR” of” Alternative Dispute Resolution” genoemd).

De verordening creëert hiervoor een website genaamd “the Online Dispute Resolution platform” (ODR), die informatie over dit onderwerp bevat en waar een elektronisch klachtenformulier kan ingevuld worden door ondernemingen en consumenten. Er kan ook relevante documentatie geüpload worden om de klacht te staven. Een link naar deze website (http://ec.europa.eu/odr/) moet in de algemene voorwaarden, e-mails en op de website van elke handelaar geplaatst worden in zijn communicatie naar consumenten toe.

Het ODR platform zal ook dienen om klachten over te maken aan de bevoegde nationale ADR-entiteiten, die de klachten dan verder zullen behandelen. In het geval van België is dit de Consumentenombudsdienst (www.consumentenombudsdienst.be).

lees meer >

NIEUWE WET OVERHEIDSOPDRACHTEN GOEDGEKEURD

17.5.2016

Met 81 stemmen voor, 44 stemmen tegen en 13 onthoudingen werd op 12 mei 2016 in het Federaal Parlement de nieuwe overheidsopdrachtenwet goedgekeurd.

Deze Wet zet de Europese Richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU om naar Belgisch recht.

Eén van de voornaamste doelstellingen van zowel de Richtlijnen als de nieuwe Belgische Wet betreft het bevorderen van een grotere deelname van de KMO’s aan overheidsopdrachten.

Wanneer de Wet in werking zal treden is vooralsnog niet bekend.

Een Koninklijk Besluit dient de datum van inwerkingtreding nader te bepalen.

Ook de uitvoeringsbesluiten van de overheidsopdrachtenwet zullen bovendien nog inhoudelijk aangepast worden.

lees meer >

VLAAMSE REGERING KEURT HET VOORONTWERP VAN HET NIEUWE ONTEIGENINGSDECREET GOED

6.5.2016

Op 25 maart 2016 keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van het nieuwe onteigeningsdecreet goed.

Het decreet stelt één overkoepelende onteigeningsregeling voor alle onteigeningen binnen het Vlaamse Gewest voorop. De bestaande federale onteigeningswetten zullen dus niet langer van toepassing zijn binnen het Vlaamse Gewest, met uitzondering van de onteigening door de federale overheid zelf of door de federale overheid gemachtigde instellingen die op federale bevoegdheden betrekking hebben (cfr. artikel 6quater van de BWHI).

Eén van de grootste nieuwigheden bestaat erin dat de gemeenten en provincies niet meer zullen moeten beschikken over een onteigeningsmachtiging vooraleer ze kunnen over gaan tot onteigening. Het nieuwe decreet stelt tevens ingrijpende wijzigingen voor op het vlak van zelfrealisatie en de aanvechtbaarheid van het onteigeningsbesluit voor een nog op te richten Vlaams administratief rechtscollege.

Het voorontwerp van decreet wordt nu voor advies voorgelegd aan verschillende adviesraden en de Raad van State. Daarna zal wellicht nog een stevig debat in het Vlaams Parlement volgen. Wordt vervolgd.

lees meer >