COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

WELKOM

Astrea, gespecialiseerd juridisch advies voor bedrijven, ondernemers en overheden

Juridische problemen beperken zich zelden tot één juridisch domein.

Astrea is een onafhankelijk advocatenkantoor waar meer dan 35 advocaten, met elk hun specialisatie, samen alle vakgebieden afdekken waarmee een bedrijf, ondernemer of overheid in aanraking kan komen.

De samenstelling van het kantoor resulteert in een totaalbenadering: we stellen op maat van de cliënt en i.f.v. het probleem een team van gespecialiseerde advocaten samen dat vervolgens de meest efficiënte oplossing biedt over de verschillende rechtsgebieden heen.

De unieke mix van passie en respect maakt het Astrea-team sterk. Elk teamlid zorgt elke dag voor een cliëntgerichte en gedreven aanpak. We reageren snel, werken pragmatisch en proactief. Naast kwaliteit is kostenefficiëntie voor ons een must.

NIEUWS

WET INNOVATIE-AFTREK GEPUBLICEERD

20.2.2017

Op 20 februari 2017 werd de wet van 9 februari 2017 “tot invoering van een aftrek voor innovatie-inkomsten” in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Deze nieuwe fiscale gunstmaatregel vervangt de octrooiaftrek en is conform de OESO-richtlijnen ter zake (BEPS-project). De nieuwe aftrek laat bedrijven met R&D activiteiten toe om 85% van de netto inkomsten uit bepaalde intellectuele rechten vrij te stellen van belastingen. Door voornamelijk het verruimde toepassingsgebied, biedt deze nieuwe regeling interessante opportuniteiten.

De voornaamste wijzigingen van de innovatieaftrek (in vergelijking met de octrooiaftrek) kunnen als volgt worden samengevat:

  • Het toepassingsgebied wordt aanzienlijk verruimd:
    • Zo komen naast de inkomsten uit octrooien en aanvullende beschermingscertificaten, ook inkomsten uit (i) kwekersrechten, (ii) weesgeneesmiddelen, (iii) van overheidswege toegekende data- of marktexclusiviteiten en (iv) auteursrechtelijk beschermde software die voortvloeit uit een aan de POD Wetenschapsbeleid voorgelegd ontwikkelingsproject of programma in aanmerking.
    • De aftrek wordt ook niet langer beperkt tot ontvangen licentievergoedingen en royalties, maar geldt voortaan ook voor procesoctrooien, ontvangen schadevergoedingen en meerwaarden gerealiseerd n.a.v. de verkoop van intellectuele rechten (zij het onder strikte voorwaarden).
  • De aftrek verhoogt weliswaar van 80% naar 85%, maar wordt voortaan berekend op de netto inkomsten i.p.v. op de bruto inkomsten. De niet-gebruikte aftrek is overdraagbaar naar de volgende aanslagjaren.
  • Nieuw is ook dat de aftrek al kan worden toegepast, terwijl het intellectueel eigendomsrecht nog in aanvraag is (mits aanleg van een tijdelijk vrijgestelde reserve).
  • De aftrek geldt wel enkel voor zover het intellectuele eigendomsrecht voortvloeit uit eigen onderzoeksinspanningen of onderzoekswerk verricht door niet-verbonden ondernemingen.
  • Om van de aftrek te kunnen genieten, dient de belastingplichtige een bijzonder formulier bij de aangifte te voegen, een documentatiedossier bij te houden en een aangepaste boekhouding te voeren.
  • De regeling geldt zowel voor grote ondernemingen als voor KMO’s (die niet langer aan afwijkende bepalingen zijn onderworpen).

Voor meer informatie en bijkomende vragen kunt u terecht bij Ken Roelands (kro@astrealaw.be - 03/287.11.35).

lees meer >

PHILIPPE VAN WESEMAEL PUBLICEERT IN TIJDSCHRIFT VOOR OMGEVINGSRECHT EN OMGEVINGSBELEID: “NOGMAALS OVER (ONT)BOSSEN"

17.2.2017

Philippe Van Wesemael, vennoot omgevingsrecht bij Astrea, schreef een noot bij een arrest van het Hof van Cassatie van 5 april 2016, dat uitspraak doet over de (on)redelijkheid van herstelvorderingen in geval van illegale ontbossing.

In het besproken arrest bevestigt het Hof van Cassatie haar standpunt dat een herstel ook kan inhouden dat aan de illegale ontbossing een einde wordt gesteld door aanplanting van andere boomsoorten dan deze die onrechtmatig werden verwijderd.

De volledige publicatie vindt u in TOO, 2016-4, p. 559.

lees meer >

GWH 14 DECEMBER 2016: GEEN VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN BIJ ADMINISTRATIEVE GELDBOETES INZAKE LEEGSTAND

7.2.2017

Op 14 december 2016 sprak het Grondwettelijk Hof zich uit over de administratieve sancties die in het Brussels Gewest worden opgelegd in geval van leegstand.

Tegen de administratieve geldboete kan volgens de Brusselse Huisvestingscode beroep worden aangetekend bij de rechtbank van eerste aanleg. Een eigenaar van een leegstaande woning vroeg aan de rechter om de boete te verminderen wegens verzachtende omstandigheden. Omdat dit niet is voorzien in de Brusselse huisvestingscode stelde de rechter een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. De rechter stelde zich de vraag of het strijdig is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet dat de rechtbank enkel kan oordelen of de boete al dan niet verschuldigd is, maar de boete niet kan verminderen in geval van verzachtende omstandigheden, hoewel een strafrechter dit wel kan wanneer die oordeelt over een strafsanctie.

Het Grondwettelijk Hof ziet hier geen graten in, en is van oordeel dat énkel wanneer de dader van eenzelfde feit op verschillende wijzen kan worden gestraft, d.w.z. wanneer hij voor dezelfde feiten ofwel naar de correctionele rechtbank kan worden verwezen ofwel hem een administratieve geldboete kan worden opgelegd waartegen beroep openstaat bij de rechtbank, er een parallellisme moet bestaan tussen de maatregelen van individualisering van de straf. In dat geval dient dus ook de burgerlijke rechtbank de mogelijkheid te hebben om verzachtende omstandigheden aan te nemen of uitstel te verlenen.

In het geval van de leegstandsboete in het Brussels Gewest gaat die redenering volgens het Hof niet op, aangezien de feiten geen strafrechtelijk misdrijf uitmaken en dus niet voor de correctionele rechtbank kunnen worden vervolgd. Er is énkel sprake van een administratieve sanctie, en dan gelden niet dezelfde waarborgen als wanneer er sprake zou zijn van een strafsanctie.

Voor meer info: Philippe Van Wesemael (pvw@astrealaw.be) of Anouck Vanermen (ava@astrealaw.be).

lees meer >

AANPASSING INWERKINGTREDING OMGEVINGSVERGUNNING

31.1.2017

Het was reeds lange tijd bekend: op 23 februari 2017 zou de omgevingsvergunning in werking treden, en zou deze in de plaats komen van de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning.

Intussen is echter beslist dat de omgevingsvergunning toch nog niet volledig in werking treedt op 23 februari aanstaande. Op 25 januari 2017 heeft het Vlaams Parlement namelijk het decreet over de regels tot implementatie van de omgevingsvergunning aangenomen. Dit decreet zal eerstdaags door de Vlaamse Regering worden bekrachtigd en in het Belgisch Staatsblad verschijnen.

In hoofdlijnen handhaaft dit decreet de inwerkingtredingsdatum van de omgevingsvergunning op Vlaams en provinciaal niveau, maar op gemeentelijk niveau kan elke gemeente beslissen om de omgevingsvergunning pas later te implementeren. Dit uitstel kan tot uiterlijk 1 juni 2017 lopen.

Gemeenten dienen nu zeer snel te beslissen of zij al dan niet uitstel wensen voor de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning. Ze dienen dit immers uiterlijk op 14 februari 2017 te laten weten aan de Minister.

lees meer >

VASTSTELLING NIEUWE STANDAARDPROCEDURES INZAKE BODEM

31.1.2017

Bij besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 10 januari 2017 (BS 30 januari 2017) werden verschillende nieuwe standaardprocedures inzake bodem vastgesteld.

Het gaat meer bepaald om de procedures voor zowel de opmaak van oriënterende, beschrijvende of oriënterende en beschrijvende bodemonderzoeken, als voor de uitvoering van een (beperkt) bodemsaneringsproject, bodemsaneringswerken, een eindevaluatieonderzoek en nazorg.

Deze nieuwe standaardprocedures treden in werking op 23 februari 2017. Op deze datum zullen de huidige procedures opgeheven worden, met inbegrip van de laatste nieuwe standaardprocedure voor oriënterende bodemonderzoeken, die nog maar in werking getreden was sinds 1 juli 2016.

Meer details over de wijzigingen per standaardprocedure zijn terug te vinden op de website van OVAM.

lees meer >

GRONDWETTELIJK HOF BUIGT ZICH OPNIEUW OVER PLANSCHADEREGELING

19.1.2017

Wanneer een eigenaar van een perceel grond geconfronteerd wordt met een bouw- of verkavelingsverbod voortvloeiend uit een ruimtelijk uitvoeringsplan, dan maakt die eigenaar onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een planschadevergoeding.

Één van de voorwaarden uit de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het perceel op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan stedenbouwkundig en bouwtechnisch voor bebouwing in aanmerking diende te komen (art. 2.6.1. §3, 2° VCRO).

In een arrest van 22 december 2016 (arrestnr. 164/2016) heeft het Grondwettelijk Hof zich, na een prejudiciële vraag van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, nader over deze bepaling gebogen.

De vraag stelde zich concreet of de vereiste dat het perceel ‘stedenbouwkundig’ voor bebouwing in aanmerking moest komen, ook naar het ‘stedenbouwkundig beleid’ van het bestuur verwijst. Mag er met andere woorden rekening worden gehouden met ruimtelijke structuurplannen en met het vergunningenbeleid van het bestuur om na te gaan of een perceel voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan stedenbouwkundig voor bebouwing in aanmerking kwam?

Het Grondwettelijk Hof antwoordt hierop ontkennend. Met ruimtelijke structuurplannen mag geen rekening worden gehouden aangezien deze zich niet tot de burger richten en enkel bindend zijn voor de overheid. Deze plannen bevatten geen bindende bestemmingsvoorschriften.

Ook met het vergunningenbeleid kan geen rekening worden gehouden aangezien dit een te zware bewijslast zou leggen op de eigenaar van het perceel. M.a.w. zou een grondeigenaar moeten bewijzen dat hij, indien hij een vergunning had aangevraagd, deze vergunning de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan effectief zou hebben verkregen van het zittende bestuur. Dit zou volgens het Grondwettelijk Hof een onredelijke beperking inhouden van het eigendomsrecht.

De rechter mag dus bij de beoordeling van de planschadevordering geen rekening houden met het vergunningenbeleid van het bestuur zoals van toepassing op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

Voor meer informatie kan u terecht bij Philippe Van Wesemael (pvw@astrealaw.be) of Anouck Vanermen (ava@astrealaw.be).

lees meer >

WET HOUDENDE DIVERSE WIJZIGINGEN MET HET OOG OP DE INWERKINGTREDING VAN DE NIEUWE PANDWET

13.1.2017

Op 30 december 2016 werd de Wet van 25 december houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen gepubliceerd. Zoals we reeds aangaven in onze newsflash van 29 juli 2016, stelt deze wet de datum van de uiterlijke inwerkingtreding van de Wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen terzake (de “Nieuwe Pandwet”) nog een jaar langer uit, namelijk tot 1 januari 2018.

Daar de Nieuwe Pandwet de tegenwerpelijkheid van het pandrecht in belangrijke mate koppelt aan de inschrijving in een pandregister, kon de wet simpelweg nog niet in werking treden aangezien de afwerking van dit nieuw register meer tijd vraagt dan verwacht. Niettemin liet dit bijkomstig uitstel de wetgever toe om:

  1. het pandrecht en de voorziene werking van het pandregister, na raadpleging van de praktijk, verder op punt te stellen en te verfijnen; en
  2. de kruisverwijzingen in de Nieuwe Pandwet te actualiseren en een aantal wetten die (on)rechtstreeks raken aan deze materie aan te passen.

Zoals reeds aangegeven in onze newsflash van 29 juli 2016, springen volgende wijzingen in het oog:

  • De verduidelijking dat het pandrecht een “voorrecht” in de zin van artikel 12 van de Hypotheekwet verleent aan de pandhouder;
  • De verruimde toegang tot het pandregister met het oog op het garanderen van de efficiëntie van het systeem en de tegenstelbaarheid van het pandrecht aan alle derden;
  • Het afschaffen van de mogelijkheid om de tegenwerpelijkheid van het pandrecht op een schuldvordering te realiseren door registratie; hier blijven de oude regels dus onverkort van toepassing.
lees meer >

FISCALE MAATREGELEN PROGRAMMAWET

11.1.2017

De programmawet van 25 december 2016 (B.S. 29 december 2016) bevat de volgende fiscale maatregelen:

  • Als een vennootschap een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider moest tot nu toe 17% van het voordeel in natura m.b.t. deze wagen worden opgenomen in de verworpen uitgaven. Vanaf dit jaar wordt dit percentage verhoogd tot 40% wanneer de vennootschap ook de brandstofkosten ten laste neemt (bv. een tankkaart). Noteer dat voortaan de eigen bijdragen niet meer in mindering kunnen worden gebracht voor de berekening van de verworpen uitgaven; de 17% of 40% wordt thans berekend op het volledig voordeel in natura, zonder de eigen bijdrage in mindering te brengen.
  • De speculatiebelasting is met ingang van dit jaar afgeschaft. Natuurlijke personen waren tot vorig jaar een belasting van 33% verschuldigd op de meerwaarden die ze realiseerden (buiten hun beroepswerkzaamheid) n.a.v. een wederoverdracht binnen de 6 maanden van o.m. beursgenoteerde aandelen.
  • Dit jaar stijgt ook het algemeen tarief van roerende voorheffing van 27% naar 30%, alsook het overeenstemmend afzonderlijk tarief in de personenbelasting. Ook het tarief voor een dividenduitkering binnen de 5 jaar na het belastbaar tijdperk waarin de overboeking naar de liquidatiereserve is gebeurd, stijgt van 17% tot 20% voor zover dit dividend voortkomt uit nieuwe reserves opgebouwd vanaf 1 januari 2017. Het tarief van 5 % op dividenden geput uit de liquidatiereserve na deze periode van vijf jaar blijft ongewijzigd behouden.
  • Om reserves van een vennootschap vrijwel belastingvrij over te hevelen naar het privévermogen van de aandeelhouder-natuurlijke persoon werd in de praktijk vaak gebruik gemaakt van een techniek die erin bestond om (i) de aandelen van de werkvennootschap in te brengen in een holdingvennootschap en (ii) om na een zekere periode over te gaan tot een kapitaalvermindering. Voor zover deze verrichting past in het normale beheer van een privépatrimonium is hierop geen personenbelasting verschuldigd (problematiek van de zgn. ‘interne meerwaarden’). In hoofde van de inbrenger vormt de volledige inbrengwaarde werkelijk gestort kapitaal dat bij een latere kapitaalvermindering (gefinancierd door bv. het opstromen van dividenden van de werkmaatschappij naar de holdingvennootschap) belastingvrij kon worden uitgekeerd. Om deze ‘ontwijkingstechniek’ tegen te gaan zullen voortaan ingebrachte aandelen nog slechts als werkelijk gestort kapitaal worden aangemerkt "ten belope van de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen in hoofde van de inbrenger”. Het hogere gedeelte van de inbrengwaarde zal als een "belaste reserve" worden aangemerkt, waarvan een latere uitkering door middel van bv. een kapitaalvermindering zal onderworpen worden aan roerende voorheffing. Voor inbrengen verricht vóór 1 januari 2017 zal een gerichte controleactie worden uitgevoerd op basis van de algemene antimisbruikbepaling.
  • De programmawet voert een regeling in om de door de Europese Commissie als verboden staatsteun gekwalificeerde voordelen uit de ‘excess profit rulings’ terug te vorderen.
  • Voortaan zal de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12% voor (sociale) huisvesting verstrekt in het kader van het sociaal beleid uitgebreid naar de privésector voor dezelfde activiteiten. Voortaan zullen natuurlijke personen of rechtspersonen (particulieren, vastgoedontwikkelaars) die bv. een woning(complex) kopen, (ver)bouwen of in leasing nemen om dit te verhuren in het kader van het sociaal beleid, onder bepaalde voorwaarden, kunnen genieten van dit verlaagde btw-tarief. Hiertoe is o.m. vereist dat zij de woning verhuren voor minimum 15 jaar aan bepaalde sociale operatoren (o.a. sociale verhuurkantoren, OCMW ’s en huisvestingmaatschappijen) die dit dan verderverhuren in het kader van het sociaal beleid verstrekte huisvesting.
  • Vanaf dit jaar wordt het toepassingsgebied van de beurstaks (verschuldigd bij de aan- en verkoop van bepaalde effecten) uitgebreid tot beursoperaties waarvoor een investeerder met gewone verblijfplaats (natuurlijke persoon) of zetel of vestiging in België (rechtspersoon), het order daartoe rechtstreeks of onrechtstreeks aan een in het buitenland gevestigde tussenpersoon geeft. De Belgische opdrachtgever zal als “subsidiaire” schuldenaar van de belasting worden beschouwd, tenzij hij kan aantonen dat de buitenlandse tussenpersoon reeds belasting heeft betaald. Ook worden de maxima van de beurtaks verdubbeld.
  • Verder voorziet de Programmawet nog enkele verbeteringen op het vlak van de invordering van douane- en accijnsschulden en penale boeten. Ook zullen vanaf dit jaar de strafrechtelijke boetes die in fiscale zaken worden uitgesproken verhogen (meer bepaald door de verhoging van de zgn. opdeciemen).
lees meer >

WHO'S WHO LEGAL: TMT 2017 : ASTREA PARTNER STEVEN DE SCHRIJVER LISTED AGAIN AS ONE OF THE MOST HIGHLY REGARDED INFORMATION TECHNOLOGY LAWYERS IN EUROPE

9.1.2017

Every year Who’s Who Legal undertakes an in-depth research to identify the firms and practitioners who stand out worldwide in the field of technology, media and telecommunications (TMT).

In its latest edition Who’s Who Legal recognises over 800 IT specialists and over 400 telecoms and media experts across 71 jurisdictions, covering a broad range of commercial and regulatory matters in these sectors.  All are considered leaders in these fields of law, following votes from clients, in-house counsel and peers.

In the Who's Who Legal: TMT 2017 edition, Astrea corporate and technology partner Steven De Schrijver is listed once again as one of the 6 most highly regarded IT lawyers in Europe.

In 2012 and 2014, Steven already received the award by Who’s Who Legal as the Information Technology Lawyer of the Year and he was also listed in the Who’s Who Legal: TMT 2016 last year.

In its TMT 2017 Analysis, Who’s Who Legal states that  “At independent Brussels outfit Astrea, Steven De Schrijver ranks as the top IT lawyer in our research drawing praise from a huge number of respondents internationally. He is very active advising large domestic and foreign tech companies on complex technology transactions and privacy law. A client reports, “He is utterly brilliant and will always find the best possible commercial outcome.””.

The full Who's Who Legal: TMT 2017 Analysis can be found here.

lees meer >

ASTREA CONTRIBUTES TO THE DEVELOPMENT OF EUROPEAN CLOUD PRIVACY CHECK (CPC) PORTAL

9.1.2017

We know that data protection is challenging. It is not only subject to constant change because of new technology, but also difficult due to differences in regulation between individual EU member states. Steven De Schrijver contributed to the Cloud Privacy Check (CPC) Portal, the largest European information platform explaining data protection laws.

Steven De Schrijver is part of the team of lawyers from across 32 countries who have created the Cloud Privacy Check (CPC) portal. Initiated by Eurocloud (a pan-European cloud innovation hub), the website www.cloudprivacycheck.eu hosts a free of charge infographic which explains the principles of data protection regulations in 26 languages. The portal is intended to simplify certain decisions and processes for those directly interested in cloud services.

Additionally, the Data Protection Compliance database found at the link https://dataprivacycompliance.eu/ provides highly relevant legal information for 32 countries that can easily be compared with each other.

Understanding the complexity of current European data protection laws and regulations is already difficult enough for an IT engineer, buyer or business user. In combination with the often small but nevertheless significant differences between various EU member states however, it can become an almost insurmountable challenge without proper legal guidance from the very start.

Steven De Schrijver (Partner, Astrea) says: “Apart from the language complexity, cloud service providers operating in Europe are faced with major obstacles in observing the different national data protection frameworks. This is perceived by them as causing massive and unacceptable competitive disadvantages in comparison with, for example, the USA.”

Dr. Tobias Höllwarth (Advisory Board Member, EuroCloud Europe Spokesman) says: “This is a European project. With the CPC portal, we have created the largest European information platform explaining data protection laws in the simplest possible terms and free of charge, making 32 different national regulations directly comparable. This allows companies to save thousands of Euros.”

lees meer >

STEVEN DE SCHRIJVER PUBLISHES ARTICLE ON “M&A IN BELGIUM – CURRENT TRENDS AND OUTLOOK”

5.1.2017

Astrea corporate/M&A partner Steven De Schrijver has published an article entitled “M&A in Belgium – Current Trends and Outlook”  in the Global Mergers & Acquisitions Guide 2017”, an ALM publication which provides expert analysis and updates from some of the leading law firms in jurisdictions across the globe, providing key insights on a country-by-country basis.

In the article, Steven discusses the current M&A climate in Belgium and gives his view on what 2017 might bring.

Read the complete article written by Steven De Schrijver

lees meer >

STEVEN DE SCHRIJVER AND THOMAS DAENENS PUBLISH BELGIAN CHAPTER IN “THE PRIVACY, DATA PROTECTION AND CYBERSECURITY LAW REVIEW"

5.1.2017

Astrea corporate and technology partner Steven De Schrijver and senior associate Thomas Daenens have published the Belgian chapter in “The Privacy, Data Protection and Cybersecurity Law Review” (Third Edition, Ed. Alan Charles Raul), which has been published by Law Business Research in their “Law Reviews”-series.

The Law Reviews give readers a business-focused insight in some of the key substantive and procedural issues, as well as an analysis of important cases, deals and hot topics in each field of law.

The Law Reviews help practitioners to look beyond their own borders where they may see opportunities to practise ever more actively, exploiting strategic solutions and understanding options in foreign jurisdictions which are different from their home forum.

In their chapter, Steven and Thomas discuss the most recent Belgian legislative and regulatory developments with respect to privacy, data protection and cybersecurity law, as well as some recent case law.

Read the complete Belgian chapter published by Steven De Schrijver and Thomas Daenens

lees meer >