COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

WELKOM

Astrea, gespecialiseerd juridisch advies voor bedrijven, ondernemers en overheden

Juridische problemen beperken zich zelden tot één juridisch domein.

Astrea is een onafhankelijk advocatenkantoor waar meer dan 35 advocaten, met elk hun specialisatie, samen alle vakgebieden afdekken waarmee een bedrijf, ondernemer of overheid in aanraking kan komen.

De samenstelling van het kantoor resulteert in een totaalbenadering: we stellen op maat van de cliënt en i.f.v. het probleem een team van gespecialiseerde advocaten samen dat vervolgens de meest efficiënte oplossing biedt over de verschillende rechtsgebieden heen.

De unieke mix van passie en respect maakt het Astrea-team sterk. Elk teamlid zorgt elke dag voor een cliëntgerichte en gedreven aanpak. We reageren snel, werken pragmatisch en proactief. Naast kwaliteit is kostenefficiëntie voor ons een must.

NIEUWS

PUBLICATIE NIEUWE MODELLEN JAARREKENING NAAR AANLEIDING VAN NIEUWE GROOTTECRITERIA VOOR VENNOOTSCHAPPEN

22.7.2016

De Nationale Bank van België heeft recent de nieuwe modellen voor de jaarrekening gepubliceerd die gelden voor boekjaren vanaf 1 januari 2016.

Voor het boekjaar startend op 1 januari 2016 gelden nu drie nieuwe modellen die de vroegere twee modellen (nl. het volledig model en het verkort model) zullen vervangen. De drie nieuwe modellen zijn de volgende:

  • een volledig model voor de ‘grote’ vennootschappen en de beursgenoteerde vennootschappen;
  • een verkort model voor de ‘kleine’ vennootschappen en de niet-beursgenoteerde vennootschappen; en
  • een micromodel voor de microvennootschappen.

De nieuwe modellen kaderen in de recente wetswijziging met betrekking tot het begrip ‘kleine’ vennootschap en het nieuw ingevoerde begrip ‘microvennootschap’.

Met ingang vanaf 1 januari 2016 werd de definitie van een kleine onderneming aangepast, waarbij de drempels voor een kleine onderneming verhoogd werden. Hierdoor zullen een groot aantal ondernemingen niet langer onder de definitie van een grote onderneming vallen. Daarenboven wordt een onderneming niet langer automatisch als grote onderneming gekwalificeerd indien deze meer dan 100 werknemers tewerkstelt, wat vroeger wel het geval was. Men kan dus voortaan zelfs met meer dan 100 werknemers als kleine onderneming worden beschouwd op voorwaarde dat men geen van de drempels met betrekking tot het balanstotaal (4,5 miljoen EUR) en de jaaromzet exclusief BTW (9 miljoen EUR) overschrijdt.

Belangrijk is ook het nieuwe concept van de microvennootschap (het nieuwe artikel 15/1 Wetboek van Vennootschappen). Microvennootschappen zijn kleine vennootschappen die geen dochtervennootschap of moedervennootschap zijn en die niet meer dan één van drie criteria overschrijden (zijnde een gemiddeld personeelsbestand van 10 werknemers, een balanstotaal van 350.000 EUR, en een jaaromzet (exclusief BTW) van 700.000 EUR).

De nieuwe definities, en de daarbij horende nieuwe modellen van de Nationale Bank van België, betekenen goed nieuws voor heel wat kleine vennootschappen en iets grotere niet-beursgenoteerde vennootschappen, vermits deze hun boekhoudkundige formaliteiten in grote mate zullen zien verminderen.

lees meer >

BELGIAN PRIVACY WATCHDOG VS. FACEBOOK: 1-1
 

22.7.2016

On 30 June 2016, the Brussels’ Court of Appeal has overruled the decision of the President of the Brussels’ Court of First Instance (decision of 9 November 2015 – see our earlier post: http://www.astrealaw.be/nl/news/updates/belgian-privacy-watchdog-vs-facebook-1-0), and dismissed the Privacy Commission’s claim vis-à-vis Facebook Inc., Facebook Ireland and Facebook Belgium.

Summary of the facts

In summary, the facts were as follows: the Privacy Commission requested a cessation order against Facebook regarding their practice of storing and processing personal data of non-Facebook users without their explicit consent, by making use of the so-called “datr-cookie”. Pursuant to the Belgian Privacy Act, both the use of the cookie as well as the processing of the IP address are considered to be “processing of personal data”. As a result, the Privacy Commission considered that the explicit consent of non-Facebook users should be obtained.

No international jurisdiction – Rejection of ‘Google Spain’ and ‘Weltimmo’

Contrary to the first judge, the Court of Appeal agreed with Facebook’s argumentation and ruled that the Belgian courts do not have jurisdiction over Facebook Inc. and Facebook Ireland, as these entities are situated outside Belgium and the relevant personal data are stored in Ireland. As a result, they do not have the power to examine the case, not even in summary proceedings.

In this respect, the Court explicitly rejected the applicability of the Google Spain case and the Weltimmo case by holding that in those cases, both Google Inc. and Weltimmo acted as the parties seeking redress. As a result, both parties explicitly accepted the (cross border) jurisdiction of the court, which was not contested by the counterparty or by the judge. Hence, both cases were considered to be irrelevant with respect to the present case.

In addition, the Court held that from Article 28 of the Directive 95/46/EG, which includes the powers of the supervisory authority, no international jurisdiction could be derived, nor could international jurisdiction be derived from Article 35 of Regulation 1215/2012/ (“Brussels Ibis Regulation”) or Article 10 of the Belgian Code of International Private Law, since the claim falls outside the scope of application of both regulations (i.e. the case cannot be considered a civil or commercial case, but actually concerns a claim exercised by the government).

Fundamental rights do not overrule the required urgency

With respect to Facebook Belgium, the Court of Appeal held that the Belgian courts do indeed have jurisdiction, but that the Privacy Commission’s claim was unfounded, as it was unable to prove the urgent nature of its claim (which is essential in summary proceedings). Already in 2011, the Irish Data Protection Commissioner investigated Facebook’s use of the “datr-cookie” and social plug-ins. The investigation results were publicly available. The fact that the Privacy Commission did not act in 2012, and was unable to provide evidence to the contrary, caused the Court to decide that the urgent nature was not present.

Even the fact that the measures claimed by the Privacy Commission intended to safeguard the fundamental rights and freedoms is not sufficient to conclude to the urgency of the claim.

Finally, the court also rejected the preliminary questions raised by the Privacy Commission.

Game over for the Privacy Commission ?

Despite this unfavourable decision, the Privacy Commission seems to stick to its guns, and announced that it will examine whether or not to lodge an appeal with the Belgian Supreme Court. In the Yahoo! case, the Supreme Court accepted the jurisdiction of the Belgian courts with respect to foreign companies, so it is not unlikely that the Privacy Commission would lodge such appeal.

In any event the proceedings on the merits will be held in September 2017, regardless of the outcome of the ongoing summary proceedings.

lees meer >

EUROPEAN COMMISSION LAUNCHES EU-U.S. PRIVACY SHIELD: STRONGER PROTECTION FOR TRANSATLANTIC DATA FLOWS
 

13.7.2016

Brussels, 12 July 2016

Today the European Commission adopted the EU-U.S. Privacy Shield.

This new framework protects the fundamental rights of anyone in the EU whose personal data is transferred to the United States as well as bringing legal clarity for businesses relying on transatlantic data transfers.

Andrus Ansip, Commission Vice-President for the Digital Single Market, said: "We have approved the new EU-U.S. Privacy Shield today. It will protect the personal data of our people and provide clarity for businesses. We have worked hard with all our partners in Europe and in the US to get this deal right and to have it done as soon as possible. Data flows between our two continents are essential to our society and economy – we now have a robust framework ensuring these transfers take place in the best and safest conditions".

Věra Jourová, Commissioner for Justice, Consumers and Gender Equality said: "The EU-U.S. Privacy Shield is a robust new system to protect the personal data of Europeans and ensure legal certainty for businesses. It brings stronger data protection standards that are better enforced, safeguards on government access, and easier redress for individuals in case of complaints. The new framework will restore the trust of consumers when their data is transferred across the Atlantic. We have worked together with the European data protection authorities, the European Parliament, the Member States and our U.S. counterparts to put in place an arrangement with the highest standards to protect Europeans' personal data".

The EU-U.S. Privacy Shield is based on the following principles:

  • Strong obligations on companies handling data: under the new arrangement, the U.S. Department of Commerce will conduct regular updates and reviews of participating companies, to ensure that companies follow the rules they submitted themselves to. If companies do not comply in practice they face sanctions and removal from the list. The tightening of conditions for the onward transfers of data to third parties will guarantee the same level of protection in case of a transfer from a Privacy Shield company.
  • Clear safeguards and transparency obligations on U.S. government access: The US has given the EU assurance that the access of public authorities for law enforcement and national security is subject to clear limitations, safeguards and oversight mechanisms. Everyone in the EU will, also for the first time, benefit from redress mechanisms in this area. The U.S. has ruled out indiscriminate mass surveillance on personal data transferred to the US under the EU-U.S. Privacy Shield arrangement. The Office of the Director of National Intelligence further clarified that bulk collection of data could only be used under specific preconditions and needs to be as targeted and focused as possible. It details the safeguards in place for the use of data under such exceptional circumstances. The U.S. Secretary of State has established a redress possibility in the area of national intelligence for Europeans through an Ombudsperson mechanism within the Department of State.
  • Effective protection of individual rights: Any citizen who considers that their data has been misused under the Privacy Shield scheme will benefit from several accessible and affordable dispute resolution mechanisms. Ideally, the complaint will be resolved by the company itself; or free of charge Alternative Dispute resolution (ADR) solutions will be offered. Individuals can also go to their national Data Protection Authorities, who will work with the Federal Trade Commission to ensure that complaints by EU citizens are investigated and resolved. If a case is not resolved by any of the other means, as a last resort there will be an arbitration mechanism. Redress possibility in the area of national security for EU citizens' will be handled by an Ombudsperson independent from the US intelligence services.
  • Annual joint review mechanism: the mechanism will monitor the functioning of the Privacy Shield, including the commitments and assurance as regards access to data for law enforcement and national security purposes. The European Commission and the U.S. Department of Commerce will conduct the review and associate national intelligence experts from the U.S. and European Data Protection Authorities. The Commission will draw on all other sources of information available and will issue a public report to the European Parliament and the Council.

Since presenting the draft Privacy Shield in February, the Commission has drawn on the opinions of the European data protection authorities (Art. 29 working party) and the European Data Protection Supervisor, and the resolution of the European Parliament to include a number of additional clarifications and improvements. The European Commission and the U.S. notably agreed on additional clarifications on bulk collection of data, strengthening the Ombudsperson mechanism, and more explicit obligations on companies as regards limits on retention and onward transfers.

Next steps: The "adequacy decision" will be notified today to the Member States and thereby enter into force immediately. On the U.S. side, the Privacy Shield framework will be published in the Federal Register, the equivalent to our Official Journal. The U.S. Department of Commerce will start operating the Privacy Shield. Once companies have had an opportunity to review the framework and update their compliance, companies will be able to certify with the Commerce Department starting August 1. In parallel, the Commission will publish a short guide for citizens explaining the available remedies in case an individual considers that his personal data has been used without taking into account the data protection rules.

Background

On 2 February 2016 the European Commission and the U.S. Government reached a political agreement on a new framework for transatlantic exchanges of personal data for commercial purposes: the EU-U.S. Privacy Shield (IP/16/216). The Commission presented the draft decision texts on 29 February 2016. Following the opinion of the article 29 working party (data protection authorities) of 13 April and the European Parliament resolution of 26 May, the Commission finalised the adoption procedure on 12 July 2016.

The EU-U.S. Privacy Shield reflects the requirements set out by the European Court of Justice in its ruling on 6 October 2015, which declared the old Safe Harbour framework invalid.

For more information

Adequacy decision

Annexes

Q&A

Factsheet

Communication: Transatlantic Data Flows: Restoring Trust through Strong Safeguards

lees meer >

STEVEN DE SCHRIJVER CONTRIBUTED THE BELGIAN CHAPTER TO THE EXPERT GUIDE: MERGERS & ACQUISITIONS 2016 WITH A SPECIFIC FOCUS ON TECHNOLOGY M&A IN BELGIUM

8.7.2016

Astrea technology and M&A partner Steven De Schrijver has contributed the Belgian Chapter in the June 2016 Edition of the Expert Guide: Mergers & Acquisitions which was published by Corporate LiveWire.

Corporate LiveWire provides business professionals and individuals in the corporate finance sector with information on the latest news and developments from around the globe. Their expert guides feature contributions from industry experts  spanning a range of topics. Their annual publication Expert Guide: Mergers & Acquisitions takes a look at the expectations for 2016. A series of expert contributors discuss the current legal environment and outline key trends relating to their jurisdiction. Highlighted topics include tech dealmaking, asset deals and squeeze-out transactions.

In this contribution, Steven De Schrijver summarises the headlines driving deals in the technology space in Belgium.

Read the Belgian Chapter to the Expert Guide: Mergers & Acquisitions 2016, contributed by Steven De Schrijver.

lees meer >

STEVEN DE SCHRIJVER AND THOMAS DAENENS CONTRIBUTED THE BELGIAN CHAPTER TO THE INTERNATIONAL COMPARATIVE LEGAL GUIDE TO CORPORATE GOVERNANCE 2016

28.6.2016

Steven De Schrijver and Thomas Daenens of Astrea have contributed the Belgian Chapter 5 of the International Comparative Legal Guide to Corporate Governance 2016 (9th edition).

This guide provides the international practitioner and in-house counsel with a comprehensive worldwide legal analysis of the laws and regulations of corporate governance. It is divided into country question and answer chapters, which provide a broad overview of common issues in corporate governance laws and regulations in 30 jurisdictions. All chapters are written by leading corporate governance lawyers and industry specialists.

Read the Belgian Chapter to the International Comparative Legal Guide to Corporate Governance 2016, contributed by Steven De Schrijver and Thomas Daenens.

lees meer >

NIEUWE STANDAARDPROCEDURE VOOR ORIËNTERENDE BODEMONDERZOEKEN

28.6.2016

Op 1 juli 2016 treedt het besluit van 13 juni 2016 tot vaststelling van een standaardprocedure voor oriënterend bodemonderzoek in het kader van het Bodemdecreet in werking (BS 28 juni 2016).

Een oriënterend bodemonderzoek heeft tot doel uit te maken of er duidelijke aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging en verricht daarvoor een historisch onderzoek en een beperkte monsterneming van de kwestieuze grond onder leiding van een erkende bodemsaneringsdeskundige. Op basis hiervan kan nagegaan worden of er een beschrijvend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd.

De standaardprocedure, die door huidig besluit gewijzigd wordt, bepaalt de wijze waarop de bodemsaneringsdeskundige het oriënterend bodemonderzoek dient uit te voeren. Concreet legt deze procedure vast wat de vereiste onderzoeksinspanning is die aan de dag moet worden gelegd, maar de bodemsaneringsdeskundige kan hier op gemotiveerde wijze van afwijken op voorwaarde dat hierdoor een gelijkaardige of betere kwaliteit van informatie kan bekomen worden. Verder kan ook sectoraal van de standaardprocedure afgeweken worden indien dit vastgelegd wordt in goedgekeurde richtlijnen of codes van goede praktijk.

De meeste wijzigingen aan de standaardprocedure vloeien voort uit recente wijzigingen aan het Bodemdecreet en aan het Vlarebo. Zo worden inrichtingen, waarvan de sluiting dateert van vóór 11 februari 1946, niet langer beschouwd als risico-inrichtingen, en wordt ook de rechtsfiguur van het risicobeheer volledig opgedoekt. Daarnaast werd ook de nieuwigheid van prekadastratie in de standaardprocedure verwerkt (m.n. het opnemen in een notariële verkoopakte van een voorlopig referentienummer dat het kadaster toekent aan het afbakeningsplan, wanneer men tot verkoop van een deel van een perceel wil overgaan of wanneer men één of meerdere percelen splitst, samenvoegt of verkavelt. Deze gereserveerde nummers bestaan dus nog niet officieel en worden pas effectief gekadastreerd nadat de FOD Financiën de akte verwerkt heeft).

Tot 30 juni 2016 blijft de oude standaardprocedure van september 2015 nog van kracht; hierna dient de nieuwe procedure te worden toegepast. De geactualiseerde versie van de standaardprocedure is alvast terug te vinden op de website van de OVAM.

lees meer >

DEUR TERUG OPEN VOOR PRIVATE DEELNAME IN INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKINGSVERBANDEN

27.6.2016

Op 27 juni 2016 treden enkele belangrijke wijzigingen aan het Decreet betreffende de intergemeentelijke samenwerking in werking door middel van het Decreet van 13 mei 2016 (BS 17 juni 2016). De mogelijkheid voor private partners om deel te nemen aan opdrachthoudende verenigingen, vormt hiervan meteen de blikvanger.

Eén van de krachtlijnen van het Decreet van 16 juli 2001 betreffende de intergemeentelijke samenwerking was nochtans net de uitsluiting van de private deelname in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid. De redenering was dat dergelijke deelname tot onduidelijkheid en belangenvermenging zou kunnen leiden en deze publiek-private samenwerking niet compatibel zou zijn met het Europese mededingings- en overheidsopdrachtenrecht (Parl.St. Vl. Parl. 2000-01, nr. 565/1, 5).

Het regeerakkoord van de huidige Vlaamse regering stelde de invoering van deze private deelname toch opnieuw voorop, en uitgerekend bijna 15 jaar na de inwerkingtreding van het oorspronkelijke decreet zal dit dus opnieuw mogelijk worden, zij het uitsluitend binnen de energiedistributie- en de afvalverzamelings- en verwerkingssector.

Deze private deelname wordt wel aan enkele restricties onderworpen:

  • de deelnemende privaatrechtelijke personen mogen samen over niet meer dan 25% van het totale aantal statutair bepaalde stemmen beschikken;
  • hun inbreng mag geen controle of blokkerende macht opleveren;
  • ze mogen geen beslissende invloed op de vereniging uitoefenen;
  • de gezamenlijke inbreng van alle private partners samen moet beperkt zijn tot maximaal 49% van het totale maatschappelijke kapitaal.

Deze beperkingen zijn duidelijk geïnspireerd op de meest recente Europese richtlijnen inzake overheidsopdrachten en concessies en beogen de zogenaamde “in house”-exceptie toepasselijk te maken op deze opdrachthoudende verenigingen met private deelname. Op die manier vallen ook deze opdrachthoudende verenigingen buiten het toepassingsgebied van de overheidsopdrachtenwetgeving wanneer aan hen opdrachten gegund zouden worden en staan zij op dit punt op gelijke voet met de zuiver publiekrechtelijke opdrachthoudende verenigingen.

Het decreet van 16 mei 2016 zet daarnaast ook de deur open voor de deelname van politie- en hulpverleningszones in samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid. Het wordt ook mogelijk voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden om meerdere doelstellingen te behartigen, ook al zijn deze inhoudelijk of functioneel niet samenhangend. Op die manier wil de decreetgever vermijden dat gemeentes telkens nieuwe constructies gaan oprichten wanneer ze bijkomende doelstellingen zouden wensen na te streven via een intergemeentelijke samenwerking.

De meeste wijzigingen aan het decreet betreffende de intergemeentelijke samenwerking treden in werking op 27 juni 2016, met uitzondering van de bepalingen inzake de uitdoving van de provinciale deelname in intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, dewelke pas in werking treden op 1 januari 2019.

lees meer >

WIJZIGINGEN VOOR VENNOOTSCHAPPEN

23.6.2016

Op 20 juni 2016 trad het Koninklijk Besluit van 31 mei 2016 tot wijziging, wat de koppeling van registers betreft, van het KB van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek vennootschappen in werking. De voornaamste wijziging is de invoering van nieuwe inschrijvingsformulieren voor vennootschappen bij publicaties in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad (model 15.1).

Hoewel de nieuwe formulieren reeds elektronisch beschikbaar zijn (via de website http://www.ejustice.just.fgov.be/tsv_pub/form_n.htm) zouden de oude modellen voorlopig (en tijdelijk) nog worden aanvaard. Om discussie te voorkomen, raden wij evenwel aan om onmiddellijk gebruik te maken van de nieuwe modellen.

Daarnaast werd recent aangekondigd (in de wet van 6 juni 2016 tot wijziging van het Wetboek van economisch recht wat uittreksels uit de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) betreft) dat KBO-uittreksels in de toekomst niet enkel kunnen worden opgevraagd in de 3 officiële landstalen, maar ook, zij het op uitdrukkelijk verzoek, in het Engels.

Voornoemde wet treedt maar in werking op 10 juni 2017, zodat er voorlopig nog dient te worden gewerkt met eigen (al dan niet beëdigde) vertalingen naar het Engels.

lees meer >

SPECIAAL HUURREGIME VOOR POP-UP STORES

23.6.2016

Op 8 juni 2016 is het decreet houdende huur van korte duur voor handel en ambacht goedgekeurd in het Vlaams Parlement.

Het nieuwe decreet – dat nog bekrachtigd moet worden door de Vlaamse regering - biedt een welkome oplossing voor de steeds populairder wordende “pop-up stores”.

Voordien was het zeer moeilijk om voor deze pop-up stores huurcontracten op te stellen zonder onder de dwingende toepassing van de handelshuurwet terecht te komen. De toepassing van de handelshuurwet zorgde ervoor dat er een verplichte minimumduur van negen jaar toegepast moest worden, wat uiteraard absoluut niet strookt met het pop-up concept.

De bezetting ter bede werd vaak toegepast om de handelshuurwet buiten spel te zetten, maar creëerde veel rechtsonzekerheid, vooral voor de huurder.

Het nieuwe decreet voert een afzonderlijk huurregime in voor huurcontracten voor handelspanden met een duurtijd van minder dan één jaar. Alle huurcontracten die korter lopen dan één jaar worden zo aan de handelshuurwet onttrokken, terwijl alle overeenkomsten die langer lopen wel nog onder het toepassingsgebied vallen van de handelshuurwet.

lees meer >

VOORSTEL VAN DECREET VOOR MODERNISERING VAN RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN

9.6.2016

Op 18 mei 2016 werd een voorstel van decreet ingediend in het Vlaamse parlement met het oog op de modernisering van en het wegwerken van de gerechtelijke achterstand bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (Parl.St. Vl. Parl. 2015-16, 777, nr. 1).

De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende:

  • Er wordt een rechtsplegingsvergoeding ingevoerd bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen;
  • De regels betreffende het rolrecht worden geactualiseerd bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het rolrecht wordt ingevoerd bij het Milieuhandhavingscollege;
  • De Raad voor Vergunningsbetwistingen krijgt een beperkte substitutiebevoegdheid;
  • De voorwaarde van belang bij het middel wordt decretaal verankerd;
  • De procedure voor de toepassing van de dwangsom wordt vereenvoudigd;
  • De gewone vordering tot schorsing en de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden duidelijker van elkaar onderscheiden.

Veel van deze voorstellen zijn duidelijk geïnspireerd op de procedurele wijzigingen die in 2014 bij de Raad van State doorgevoerd werden, zoals het belang bij het middel, de invoering van de rechtsplegingsvergoeding en de beperkte substitutiebevoegdheid, en geven duidelijk aan dat de wetgever ervan overtuigd is dat deze wijzigingen in de praktijk hun vruchten afwerpen. Huidig voorstel van decreet heeft niet enkel als doel om de procedure bij de Raad te stroomlijnen en te moderniseren, maar eveneens om een ontradend effect in te bouwen om inhoudelijk minder relevante beroepen te weren.

Dit voorstel zal vervolgens in de parlementaire commissie Algemeen Beleid, Financiën en Begroting worden behandeld. De tijd dringt echter, aangezien de gerechtelijke achterstand bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen alleen maar zal toenemen wanneer deze vanaf 23 februari 2017 eveneens bevoegd wordt voor beroepen inzake milieu- en omgevingsvergunningen.

Wordt ongetwijfeld nog vervolgd…

lees meer >

VERZWAARDE MILIEUVERPLICHTING VOOR AANNEMERS

3.6.2016

Vanaf 1 januari 2017 is een aannemer op grond van de milieuwetgeving verplicht om bij bouw-, sloop- en infrastructuurwerken die langer dan één dag duren de stofemissies zo laag mogelijk te houden (cfr. algemene voorzorgprincipe).

Concreet moeten bij breekwerken, slijpwerken, boringen edm. minstens één van volgende maatregelen worden genomen:

(1) afscherming met doeken of zeilen,

(2) beneveling van de locatie waar de werken worden uitgevoerd,

(3) bevochtiging ter hoogte van de apparatuur,

(4) rechtstreekse stofafzuiging op breekhamers, polijstmachines, slijpschijven, boormachines, freesmachines en schuurmachines.

Het niet-naleven van deze wetgeving kan aanleiding geven tot boetes. Het is dan ook aangewezen de aanvullende milieuverplichtingen op te nemen in het lastenboek, het bestek en de offerte/aannemingsovereenkomst.

Voor meer informatie hierover kan contact worden opgenomen met de cel administratief recht en vastgoedrecht (cs@astrealaw.be of pvw@astrealaw.be).

lees meer >

NIEUWE EUROPESE REGELGEVING MARKTMISBRUIK VANAF 3 JULI 2016 VAN TOEPASSING

2.6.2016

De nieuwe Europese regelgeving met betrekking tot marktmisbruik van 16 april 2014 trad reeds in werking op 2 juli 2014, doch zal pas van toepassing zijn vanaf 3 juli 2016. De nieuwe regelgeving bestaat uit twee luiken: de Verordening nr. 596/2014 betreffende marktmisbruik enerzijds en de Richtlijn nr. 2014/57 betreffende strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik anderzijds.

1. De Verordening marktmisbruik

De Verordening, welke de bekende Richtlijn betreffende marktmisbruik van 2003 vervangt, heeft tot doel om een meer uniform en sterker kader te creëren om de marktintegriteit te beschermen, de transparantie van de interne markt te waarborgen, alsook de rechtszekerheid te verhogen en de regelgeving minder complex te maken. Daar waar de Richtlijn van 2003 nog veel ruimte bood aan de lidstaten voor eigen invulling, zal de Verordening door haar rechtstreekse werking een betere waarborg zijn voor een uniforme toepassing van de regels.

Inhoudelijk blijven de regels echter uiteraard dezelfde. Marktmisbruik wordt omschreven als het begrip dat onwettige gedragingen op de financiële markten omvat. De vier kernbepalingen waarop de Verordening gebouwd is zijn:

  1. Het verbod op handel met voorkennis;
  2. Het verbod om voorkennis wederrechtelijk aan een derde mee te delen;
  3. De plicht voor uitgevende instellingen om koersgevoelige informatie zo snel mogelijk openbaar te maken; en
  4. Het verbod om de markt te manipuleren.

Belangrijk daarbij is dat het toepassingsgebied van de Verordening echter wel werd verruimd ten aanzien van de Richtlijn van 2003. De Europese regelgeving heeft getracht om een antwoord te bieden op het gewijzigde financiële landschap dat vandaag bestaat. Feit is inderdaad dat de laatste jaren financiële instrumenten steeds vaker verhandeld werden op nieuwe vormen van handelsplatformen, dat er nieuwe (geautomatiseerde) handelstechnieken de kop opstaken en dat de focus op OTC-handel (Over The Counter) werd herzien. Op de keper beschouwd zorgt de Verordening dan ook voor een verstrenging van de regels. Zo zal bijvoorbeeld voortaan niet enkel het plaatsen van orders met voorkennis, maar ook het annuleren en/of wijzigen ervan als handel met voorkennis worden beschouwd.

Verder werd ook voorzien in hoge administratieve geldboetes tot maximaal 5 miljoen euro voor natuurlijke personen en tot 15% van de jaarlijkse omzet voor rechtspersonen.

2. De Richtlijn betreffende strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik

Het tweede luik van de nieuwe regelgeving stelt de minimumregels voor strafbaarstelling van marktmisbruik vast. De lidstaten worden op basis van de nieuwe Richtlijn verplicht om te bepalen dat ten minste de ernstige gevallen van handel met voorkennis, marktmanipulatie en wederrechtelijke openbaarmaking van voorkennis als strafbare feiten gelden indien zij opzettelijk zijn begaan. De concrete invulling werd zoals gebruikelijk echter overgelaten aan de lidstaten zelf – zolang ze maar beantwoorden aan de eisen van doeltreffendheid, proportionaliteit en een voldoende afschrikwekkend karakter bezitten.

Voor verdere informatie wordt verwezen naar de betreffende regelgeving zelf:

Verordening: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32014R0596&from=EN

Richtlijn: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32014L0057&from=EN

Uiteraard kan u ons ook rechtstreeks contacteren via e-mail voor aanvullende informatie:

dve@astrealaw.be

sel@astrealaw.be

lees meer >