COOKIES OP www.astrealaw.be

Astrea gebruikt cookies om er voor te zorgen dat bezoekers op de meest optimale manier gebruik kunnen maken van de toepassingen van deze website. Cookies kunnen ook gebruikt worden om bezoekersgedrag op anonieme wijze te meten en te analyseren en om de inhoud van de website te verbeteren. Bemerk dat indien u geen cookies wenst te aanvaarden, het mogelijk is dat bepaalde toepassingen op deze website door u niet of niet optimaal toegankelijk zijn.

Print Friendly and PDF NL | FR | EN | DE

WELKOM

Astrea, gespecialiseerd juridisch advies voor bedrijven, ondernemers en overheden

Juridische problemen beperken zich zelden tot één juridisch domein.

Astrea is een onafhankelijk advocatenkantoor waar meer dan 35 advocaten, met elk hun specialisatie, samen alle vakgebieden afdekken waarmee een bedrijf, ondernemer of overheid in aanraking kan komen.

De samenstelling van het kantoor resulteert in een totaalbenadering: we stellen op maat van de cliënt en i.f.v. het probleem een team van gespecialiseerde advocaten samen dat vervolgens de meest efficiënte oplossing biedt over de verschillende rechtsgebieden heen.

De unieke mix van passie en respect maakt het Astrea-team sterk. Elk teamlid zorgt elke dag voor een cliëntgerichte en gedreven aanpak. We reageren snel, werken pragmatisch en proactief. Naast kwaliteit is kostenefficiëntie voor ons een must.

NIEUWS

WET HOUDENDE DIVERSE WIJZIGINGEN MET HET OOG OP DE INWERKINGTREDING VAN DE NIEUWE PANDWET

13.1.2017

Op 30 december 2016 werd de Wet van 25 december houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen gepubliceerd. Zoals we reeds aangaven in onze newsflash van 29 juli 2016, stelt deze wet de datum van de uiterlijke inwerkingtreding van de Wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen terzake (de “Nieuwe Pandwet”) nog een jaar langer uit, namelijk tot 1 januari 2018.

Daar de Nieuwe Pandwet de tegenwerpelijkheid van het pandrecht in belangrijke mate koppelt aan de inschrijving in een pandregister, kon de wet simpelweg nog niet in werking treden aangezien de afwerking van dit nieuw register meer tijd vraagt dan verwacht. Niettemin liet dit bijkomstig uitstel de wetgever toe om:

  1. het pandrecht en de voorziene werking van het pandregister, na raadpleging van de praktijk, verder op punt te stellen en te verfijnen; en
  2. de kruisverwijzingen in de Nieuwe Pandwet te actualiseren en een aantal wetten die (on)rechtstreeks raken aan deze materie aan te passen.

Zoals reeds aangegeven in onze newsflash van 29 juli 2016, springen volgende wijzingen in het oog:

  • De verduidelijking dat het pandrecht een “voorrecht” in de zin van artikel 12 van de Hypotheekwet verleent aan de pandhouder;
  • De verruimde toegang tot het pandregister met het oog op het garanderen van de efficiëntie van het systeem en de tegenstelbaarheid van het pandrecht aan alle derden;
  • Het afschaffen van de mogelijkheid om de tegenwerpelijkheid van het pandrecht op een schuldvordering te realiseren door registratie; hier blijven de oude regels dus onverkort van toepassing.
lees meer >

FISCALE MAATREGELEN PROGRAMMAWET

11.1.2017

De programmawet van 25 december 2016 (B.S. 29 december 2016) bevat de volgende fiscale maatregelen:

  • Als een vennootschap een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer of bedrijfsleider moest tot nu toe 17% van het voordeel in natura m.b.t. deze wagen worden opgenomen in de verworpen uitgaven. Vanaf dit jaar wordt dit percentage verhoogd tot 40% wanneer de vennootschap ook de brandstofkosten ten laste neemt (bv. een tankkaart). Noteer dat voortaan de eigen bijdragen niet meer in mindering kunnen worden gebracht voor de berekening van de verworpen uitgaven; de 17% of 40% wordt thans berekend op het volledig voordeel in natura, zonder de eigen bijdrage in mindering te brengen.
  • De speculatiebelasting is met ingang van dit jaar afgeschaft. Natuurlijke personen waren tot vorig jaar een belasting van 33% verschuldigd op de meerwaarden die ze realiseerden (buiten hun beroepswerkzaamheid) n.a.v. een wederoverdracht binnen de 6 maanden van o.m. beursgenoteerde aandelen.
  • Dit jaar stijgt ook het algemeen tarief van roerende voorheffing van 27% naar 30%, alsook het overeenstemmend afzonderlijk tarief in de personenbelasting. Ook het tarief voor een dividenduitkering binnen de 5 jaar na het belastbaar tijdperk waarin de overboeking naar de liquidatiereserve is gebeurd, stijgt van 17% tot 20% voor zover dit dividend voortkomt uit nieuwe reserves opgebouwd vanaf 1 januari 2017. Het tarief van 5 % op dividenden geput uit de liquidatiereserve na deze periode van vijf jaar blijft ongewijzigd behouden.
  • Om reserves van een vennootschap vrijwel belastingvrij over te hevelen naar het privévermogen van de aandeelhouder-natuurlijke persoon werd in de praktijk vaak gebruik gemaakt van een techniek die erin bestond om (i) de aandelen van de werkvennootschap in te brengen in een holdingvennootschap en (ii) om na een zekere periode over te gaan tot een kapitaalvermindering. Voor zover deze verrichting past in het normale beheer van een privépatrimonium is hierop geen personenbelasting verschuldigd (problematiek van de zgn. ‘interne meerwaarden’). In hoofde van de inbrenger vormt de volledige inbrengwaarde werkelijk gestort kapitaal dat bij een latere kapitaalvermindering (gefinancierd door bv. het opstromen van dividenden van de werkmaatschappij naar de holdingvennootschap) belastingvrij kon worden uitgekeerd. Om deze ‘ontwijkingstechniek’ tegen te gaan zullen voortaan ingebrachte aandelen nog slechts als werkelijk gestort kapitaal worden aangemerkt "ten belope van de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen in hoofde van de inbrenger”. Het hogere gedeelte van de inbrengwaarde zal als een "belaste reserve" worden aangemerkt, waarvan een latere uitkering door middel van bv. een kapitaalvermindering zal onderworpen worden aan roerende voorheffing. Voor inbrengen verricht vóór 1 januari 2017 zal een gerichte controleactie worden uitgevoerd op basis van de algemene antimisbruikbepaling.
  • De programmawet voert een regeling in om de door de Europese Commissie als verboden staatsteun gekwalificeerde voordelen uit de ‘excess profit rulings’ terug te vorderen.
  • Voortaan zal de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 12% voor (sociale) huisvesting verstrekt in het kader van het sociaal beleid uitgebreid naar de privésector voor dezelfde activiteiten. Voortaan zullen natuurlijke personen of rechtspersonen (particulieren, vastgoedontwikkelaars) die bv. een woning(complex) kopen, (ver)bouwen of in leasing nemen om dit te verhuren in het kader van het sociaal beleid, onder bepaalde voorwaarden, kunnen genieten van dit verlaagde btw-tarief. Hiertoe is o.m. vereist dat zij de woning verhuren voor minimum 15 jaar aan bepaalde sociale operatoren (o.a. sociale verhuurkantoren, OCMW ’s en huisvestingmaatschappijen) die dit dan verderverhuren in het kader van het sociaal beleid verstrekte huisvesting.
  • Vanaf dit jaar wordt het toepassingsgebied van de beurstaks (verschuldigd bij de aan- en verkoop van bepaalde effecten) uitgebreid tot beursoperaties waarvoor een investeerder met gewone verblijfplaats (natuurlijke persoon) of zetel of vestiging in België (rechtspersoon), het order daartoe rechtstreeks of onrechtstreeks aan een in het buitenland gevestigde tussenpersoon geeft. De Belgische opdrachtgever zal als “subsidiaire” schuldenaar van de belasting worden beschouwd, tenzij hij kan aantonen dat de buitenlandse tussenpersoon reeds belasting heeft betaald. Ook worden de maxima van de beurtaks verdubbeld.
  • Verder voorziet de Programmawet nog enkele verbeteringen op het vlak van de invordering van douane- en accijnsschulden en penale boeten. Ook zullen vanaf dit jaar de strafrechtelijke boetes die in fiscale zaken worden uitgesproken verhogen (meer bepaald door de verhoging van de zgn. opdeciemen).
lees meer >

ASTREA CONTRIBUTES TO THE DEVELOPMENT OF EUROPEAN CLOUD PRIVACY CHECK (CPC) PORTAL

9.1.2017

We know that data protection is challenging. It is not only subject to constant change because of new technology, but also difficult due to differences in regulation between individual EU member states. Steven De Schrijver contributed to the Cloud Privacy Check (CPC) Portal, the largest European information platform explaining data protection laws.

Steven De Schrijver is part of the team of lawyers from across 32 countries who have created the Cloud Privacy Check (CPC) portal. Initiated by Eurocloud (a pan-European cloud innovation hub), the website www.cloudprivacycheck.eu hosts a free of charge infographic which explains the principles of data protection regulations in 26 languages. The portal is intended to simplify certain decisions and processes for those directly interested in cloud services.

Additionally, the Data Protection Compliance database found at the link https://dataprivacycompliance.eu/ provides highly relevant legal information for 32 countries that can easily be compared with each other.

Understanding the complexity of current European data protection laws and regulations is already difficult enough for an IT engineer, buyer or business user. In combination with the often small but nevertheless significant differences between various EU member states however, it can become an almost insurmountable challenge without proper legal guidance from the very start.

Steven De Schrijver (Partner, Astrea) says: “Apart from the language complexity, cloud service providers operating in Europe are faced with major obstacles in observing the different national data protection frameworks. This is perceived by them as causing massive and unacceptable competitive disadvantages in comparison with, for example, the USA.”

Dr. Tobias Höllwarth (Advisory Board Member, EuroCloud Europe Spokesman) says: “This is a European project. With the CPC portal, we have created the largest European information platform explaining data protection laws in the simplest possible terms and free of charge, making 32 different national regulations directly comparable. This allows companies to save thousands of Euros.”

lees meer >

WHO'S WHO LEGAL: TMT 2017 : ASTREA PARTNER STEVEN DE SCHRIJVER LISTED AGAIN AS ONE OF THE MOST HIGHLY REGARDED INFORMATION TECHNOLOGY LAWYERS IN EUROPE

9.1.2017

Every year Who’s Who Legal undertakes an in-depth research to identify the firms and practitioners who stand out worldwide in the field of technology, media and telecommunications (TMT).

In its latest edition Who’s Who Legal recognises over 800 IT specialists and over 400 telecoms and media experts across 71 jurisdictions, covering a broad range of commercial and regulatory matters in these sectors.  All are considered leaders in these fields of law, following votes from clients, in-house counsel and peers.

In the Who's Who Legal: TMT 2017 edition, Astrea corporate and technology partner Steven De Schrijver is listed once again as one of the 6 most highly regarded IT lawyers in Europe.

In 2012 and 2014, Steven already received the award by Who’s Who Legal as the Information Technology Lawyer of the Year and he was also listed in the Who’s Who Legal: TMT 2016 last year.

In its TMT 2017 Analysis, Who’s Who Legal states that  “At independent Brussels outfit Astrea, Steven De Schrijver ranks as the top IT lawyer in our research drawing praise from a huge number of respondents internationally. He is very active advising large domestic and foreign tech companies on complex technology transactions and privacy law. A client reports, “He is utterly brilliant and will always find the best possible commercial outcome.””.

The full Who's Who Legal: TMT 2017 Analysis can be found here.

lees meer >

STEVEN DE SCHRIJVER PUBLISHES ARTICLE ON “M&A IN BELGIUM – CURRENT TRENDS AND OUTLOOK”

5.1.2017

Astrea corporate/M&A partner Steven De Schrijver has published an article entitled “M&A in Belgium – Current Trends and Outlook”  in the Global Mergers & Acquisitions Guide 2017”, an ALM publication which provides expert analysis and updates from some of the leading law firms in jurisdictions across the globe, providing key insights on a country-by-country basis.

In the article, Steven discusses the current M&A climate in Belgium and gives his view on what 2017 might bring.

Read the complete article written by Steven De Schrijver

lees meer >

STEVEN DE SCHRIJVER AND THOMAS DAENENS PUBLISH BELGIAN CHAPTER IN “THE PRIVACY, DATA PROTECTION AND CYBERSECURITY LAW REVIEW"

5.1.2017

Astrea corporate and technology partner Steven De Schrijver and senior associate Thomas Daenens have published the Belgian chapter in “The Privacy, Data Protection and Cybersecurity Law Review” (Third Edition, Ed. Alan Charles Raul), which has been published by Law Business Research in their “Law Reviews”-series.

The Law Reviews give readers a business-focused insight in some of the key substantive and procedural issues, as well as an analysis of important cases, deals and hot topics in each field of law.

The Law Reviews help practitioners to look beyond their own borders where they may see opportunities to practise ever more actively, exploiting strategic solutions and understanding options in foreign jurisdictions which are different from their home forum.

In their chapter, Steven and Thomas discuss the most recent Belgian legislative and regulatory developments with respect to privacy, data protection and cybersecurity law, as well as some recent case law.

Read the complete Belgian chapter published by Steven De Schrijver and Thomas Daenens

lees meer >

TOENAME BEKRACHTIGDE ARCHEOLOGIENOTA'S

21.12.2016

Sinds 1 april 2016 kunnen erkende archeologen archeologienota’s opmaken en ter bekrachtiging indienen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed. Sinds 1 juni 2016 is een bouwheer of ontwikkelaar verplicht om in bepaalde gevallen (afhankelijk van de ligging van de projectgrond en de grootte ervan) een bekrachtigde archeologienota toe te voegen aan een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag of een verkavelingsaanvraag. Vooraleer de ontwikkelaar of de bouwheer een vergunningsaanvraag kan indienen, dient het Agentschap Onroerend Erfgoed de archeologienota te bekrachtigen.

Het Agentschap publiceerde op 6 december 2016 voor het eerst de cijfers van het aantal bekrachtigde en geweigerde archeologienota’s. Tot en met augustus 2016 bleek het aantal geweigerde archeologienota’s groter te zijn dan het aantal bekrachtigde. Volgens het Agentschap was dit te wijten aan de kinderziekten van de inwerkintreding van de nieuwe regelgeving omtrent onroerend erfgoed. Sinds september 2016 neemt het aantal bekrachtigde nota’s substantieel de bovenhand.

Een ander probleem is nog steeds het beperkt aantal erkende archeologen die deze archeologienota’s mogen opstellen. Tot op heden blijft dit aantal beperkt tot slechts 26 erkende archeologen, wat leidt tot vertragingen bij de opmaak van de nota en dus bijgevolg bij het indienen van een vergunningsdossier. Naar verluidt echter zouden binnenkort een groot aantal bijkomende erkenningen volgen.

lees meer >

NIEUWE WET HOUDENDE FISCALE BEPALINGEN GEPUBLICEERD IN HET BELGISCH STAATSBLAD

15.12.2016

Het Belgisch Staatsblad van 8 december 2016 publiceert de wet van 1 december 2016 houdende fiscale bepalingen. Deze wet voorziet (i) de implementatie in het Belgisch recht van 2 recente wijzigingen aan de Europese Moeder-Dochterrichtlijn en (ii) de keuzemogelijkheid om de exit taks gespreid te betalen.

1. N.a.v. de wijzigingen aan de Moeder-Dochterrichtlijn m.b.t. de hybride financiële instrumenten en de invoering van een algemene antimisbruikbepaling, voert de nieuwe wet de volgende wetswijzigingen door:

  • Er is geen DBI-aftrek meer in de mate dat de uitgekeerde winst aftrekbaar is in hoofde van de uitkerende dochtervennootschap;
  • De DBI-aftrek en vrijstelling van roerende voorheffing op dividenden is niet meer van toepassing indien de belastingadministratie aantoont dat de handeling(en) kunstmatig zijn (d.i. niet met de economische realiteit overeenstemmen) en louter worden gesteld met als enig doel om de DBI-aftrek of de vrijstelling van roerende voorheffing, of één van de voordelen van de Moeder-Dochterrichtlijn in een andere EU-lidstaat te bekomen.

De wijzigingen inzake de DBI-aftrek zijn van toepassing op inkomsten verleend of toegekend vanaf 1 januari 2016 (tenzij het boekjaar waarin de uitkering plaats vond afgesloten wordt vóór 1 januari 2017). De wijziging inzake roerende voorheffing is pas van toepassing vanaf 1 januari 2017.

2. De nieuwe wet voert ook een keuzerecht in om de zgn. exit heffing (d.i. de inkomstenbelasting geheven n.a.v. een internationale zetelverplaatsing of een andere internationale herstructurering) gespreid te betalen over 5 jaar. De onmogelijkheid van de Belgische wetgeving om gespreid te betalen was immers in strijd met het Europees recht. Deze gespreide betaling is enkel mogelijk bij zetelverplaatsingen naar een andere EU-lidstaat, alsook naar IJsland of Noorwegen.

Dit nieuw keuzerecht is van toepassing op verrichtingen die worden gedaan vanaf 8 december 2016.

lees meer >

ONTWERP VAN NIEUW ONTEIGENINGSDECREET INGEDIEND

5.12.2016

Op 23 november 2016 werd het ontwerp van het nieuwe Vlaamse onteigeningsdecreet ingediend in het Vlaams parlement. Dit ontwerp wordt binnenkort bestudeerd in de parlementaire commissies.

Het ontwerp valt op door de heldere, aan strikte termijnen gebonden gerechtelijke procedure die bovendien eengemaakt is voor alle onteigeningen binnen het Vlaams Gewest. Ook opvallend is dat het definitief onteigeningsbesluit aanvechtbaar zal zijn bij een nog op te richten kamer van de Raad voor Vergunningsbetwistingen, die, met de spoedige inwerkingtreding van de omgevingsvergunning, er nog een belangrijke bevoegdheid bij krijgt.

Het ontwerp zal op 8 december 2016 besproken worden in de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting. Het is dan afwachten op de finale versie van het decreet.

lees meer >

GRONDWETTELIJK HOF VALIDEERT DE NIEUWE BESTUURLIJKE LUS BIJ DE RAAD VOOR VERGUNNINGSBETWISTINGEN EN HET MILIEUHANDHAVINGSCOLLEGE

2.12.2016

De bestuurlijke lus, waaronder wordt verstaan “de mogelijkheid voor de verwerende partij in het bodemgeding om met een herstelbeslissing de onwettigheid in de bestreden beslissing te herstellen of te laten herstellen” werd reeds tot tweemaal toe vernietigd door het Grondwettelijk Hof.

Met een decreet van 3 juli 2015 wijzigde het Vlaams Gewest artikel 4.8.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, alsook het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges.

Hierdoor werd een nieuwe vorm van bestuurlijke lus ingevoerd bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Milieuhandhavingscollege. In haar nieuwe vorm kan de bestuurlijke lus slechts worden toegepast als aan een aantal toepassingsvoorwaarden is voldaan.

Verschillende verenigingen stelden hiertegen toch (opnieuw) een vernietigingsberoep in bij het Grondwettelijk Hof, dat met een arrest van 1 december 2016 de vernietigingsberoepen heeft verworpen.

De nieuwe vorm van bestuurlijke lus doorstaat dit keer dus wel de toets aan de Grondwet.

lees meer >