Handshake

Borgstelling en andere persoonlijke zekerheden in het nieuw Burgerlijk Wetboek: wat verandert er vanaf 1 januari 2026?

15 december 2025

Op 1 januari 2026 treden de nieuwe regels voor persoonlijke zekerheden in werking. De gemoderniseerde regeling wordt opgenomen in ‘Titel 1. Persoonlijke zekerheden’ in Boek 9 van het (nieuw) Burgerlijk Wetboek. De wetgever kiest ervoor de borgtocht uit te breiden naar andere rechtsfiguren uit de praktijk, zoals de hoofdelijkheid tot zekerheid, de borgtocht voor alle schuldvorderingen, de garantie en de sterkmaking tot uitvoering. Dit gebeurt zonder de contractsvrijheid van de partijen te beperken. De nieuwe bepalingen bestaan dan ook grotendeels uit aanvullend recht, behalve waar het gaat om persoonlijke zekerheden die door consumenten worden gesteld. Daar gelden dwingende regels.

De opbouw van Titel 1 – Persoonlijke zekerheden

De structuur zal er als volgt uitzien:

  • Hoofdstuk 1. Gemeenschappelijke regels
  • Hoofdstuk 2. Accessoire persoonlijke zekerheid (borgtocht)
  • Hoofdstuk 3. Autonome persoonlijke zekerheid
  • Hoofdstuk 4. Persoonlijke zekerheid gesteld door een consument
  • Hoofdstuk 5. Wettelijke borgtocht en gerechtelijke borgtocht

In deze publicatie gaan we dieper in op hoofdstuk 2, 3 en 4.

Hoofdstuk 2: De borgtocht (“de accessoire persoonlijke zekerheid”)

De borgtocht krijgt een nieuwe naam om te verduidelijken dat het altijd verbonden is aan een hoofdvordering. 

Een andere vernieuwing is het vermoeden dat een persoonlijke zekerheidsstelling een borgtocht is, tenzij duidelijk blijkt dat het om een andere rechtsfiguur gaat (bijvoorbeeld een autonome garantie). Omdat partijen in de praktijk vaak vaag bleven over de kwalificatie, bepaalt de wet nu dat de rechter bij twijfel de regels van de borgtocht toepast. Dit biedt de zekerheidssteller bijkomende bescherming.

Daarnaast wordt in de wet verankerd dat de schuldeiser: 

  • bij niet-uitvoering eerst de hoofdschuldenaar in gebreke moet stellen, én
  • de borg tijdig op de hoogte moet brengen.

Verder wordt de vroegere allesomvattende borgtocht uitdrukkelijk erkend als de “borgtocht voor alle schuldvorderingen”. Wel is voortaan een maximumbedrag verplicht, in lijn met de Pand- en Hypotheekwet. 

Een andere vernieuwing is het recht van de borgsteller om een borg voor onbepaalde duur op te zeggen met een redelijke opzeggingstermijn. Ook komt er voor de borgsteller een versterkt, subrogatoir verhaalsrecht. De borg mag verder de gerechtelijke beslissingen tussen de schuldeiser en de schuldenaar in zijn eigen voordeel inroepen tegenover de schuldeiser. Tot slot wordt de borg bevrijd wanneer hij niet in de rechten van de schuldeiser kan worden gesubrogeerd, ongeacht wanneer deze rechten zijn ontstaan.

Hoofdstuk 3: De garantie (“de autonome persoonlijke zekerheid”)

De garantie krijgt nu een wettelijke grondslag. Deze regeling blijft grotendeels aanvullend recht, maar wordt op enkele punten gemoderniseerd. 

De wet:

  • kent de garant nu een subrogatoir verhaalsrecht toe tegenover de hoofdschuldenaar;
  • bevestigt dat een garantie een onoverdraagbaar persoonlijk recht is;
  • verplicht de garant om een betalingsverzoek te weigeren wanneer dit manifest abusief of bedrieglijk blijkt.

Hoofdstuk 4: Persoonlijke zekerheid aangegaan door een consument

Hoofdstuk 4 vervangt de huidige regels inzake de “kosteloze borgstelling” en sluit nu aan bij het consumentenbegrip uit het Wetboek Economisch Recht. Wanneer de hoofdschuldenaar een rechtspersoon is, zijn deze bepalingen echter niet van toepassing als de zekerheidssteller een substantiële invloed heeft op de besluitvorming van die rechtspersoon. 

De basisprincipes blijven behouden, maar de bescherming van de borg is toegenomen: 

  • Een consument mag geen autonome garantie stellen. Indien dat toch gebeurt, wordt deze automatisch geherkwalificeerd als borgtocht.
  • De schuldeiser krijgt een striktere, jaarlijkse informatieplicht over de gewaarborgde schuld van de hoofdschuldenaar.
  • De borg moet onmiddellijk op de hoogte worden gebracht indien de hoofdschuldenaar zijn of haar verbintenissen niet nakomt.
  • Precontractueel moet de consument worden geïnformeerd over de gevolgen en de risico’s van de borgstelling. 

Conclusie

Kortom, de wetgever zet het stramien voort van de vernieuwing van het oude Burgerlijk Wetboek door onduidelijkheden en leemtes te verwerken en de rechtszekerheid te verhogen. De verankering van rechtsfiguren uit de praktijk als aanvullend recht blijft in balans met de nieuwe, dwingendrechtelijke bescherming van de consument.

Vragen over wat deze nieuwe wetgeving voor uw lopende borgstellingen betekent? Neem gerust contract op met het Corporate & M&A-team van Astrea om uw overeenkomsten te actualiseren.