Astrea’s corporate and technology partner Steven De Schrijver and commercial law partner Olivier Van Fraeyenhoven have contributed the Belgian chapter in “The Privacy, Data Protection and Cybersecurity Law Review” (Seventh Edition, Ed. Alan Charles Raul), which has been published by Law Business Research in its “Law Reviews”-series.


The Law Reviews give readers a business-focused insight into some of the key substantive and procedural issues, as well as an analysis of important cases, deals and hot topics in each field of law. They also help practitioners to look beyond their own borders where they may see opportunities to practise ever more actively, exploiting strategic solutions and understanding options in foreign jurisdictions which are different from their home forum.


In the Belgian chapter, Steven and Olivier discuss the most recent Belgian legislative and regulatory developments with respect to privacy, data protection and cybersecurity law, as well as some recent case law.


Read here the complete Belgian chapter published by Steven De Schrijver and Olivier Van Fraeyenhoven: The Privacy, Data Protection and Cybersecurity Law Review – 7th Edition – Belgian Chapter.

Basis banking service now also available for enterprises

On 23 October 2020, the Belgian Parliament has approved a law which makes a basic banking service available for enterprises (including self-employed persons, companies and non-profit associations), something which private persons have enjoyed for 15 years.
In multiple sectors (especially the diamond, gaming, restaurant, and football sectors) entrepreneurs frequently have difficulties to find a financial institution which is ready to provide a minimum of banking services. After all, financial institutions are hesitant to do so as they find it more difficult to identify their potential client and comply with anti-money laundering regulations when working with these sectors. In many cases entire categories of enterprises are even entirely left without any services. This is problematic as a company cannot be incorporated or a business cannot be started in Belgium without having access to a bank account.

Thanks to the new law an enterprise located in Belgium which is registered with the Belgian commercial register, or which requests such registration, may have a right to obtain a basic banking service after having been refused at least three times by a financial institution to receive access to a minimum of banking services.

Such refusal must be motivated by a financial institution and sent to the enterprise within 10 business days following the receipt of the request. An enterprise can be refused as a customer based on anti-money laundering regulations, or when it already maintains a bank account in Belgium or in another member state of the European Union which grants access to a minimum of banking services.
After three of such refusals, the enterprise can request a basic banking service at the chamber for basic banking service of the Federal Public Service of Economy which will request advice from the Financial Information Processing Unit (FIPU). Pursuant to a positive advice of the FIPU – or a lack of reaction within 60 days -, the chamber for basic banking service shall appoint a provider of basic banking services, which can only refuse such appointment based on limited grounds.

The basic banking service will allow enterprises to conduct simple payment transactions, such as direct debits, cash deposits and bank transfers. The service will be offered in euro or, at the enterprises’s request, in US dollar. Enterprises must be able to enjoy these services both physically (in the bank itself or at an ATM) and online. A debit card should therefore be made available. However, no credit may be provided under the basic banking service.
The new law will enter into force 6 months after its date of publication, giving banks enough time to prepare themselves.

If you have any further questions regarding the new basic banking service for enterprises, please contact our finance partner Dieter Veestraeten at

Op 23 oktober 2020 heeft de Kamer een wetsvoorstel goedgekeurd dat ook voor ondernemingen (zowel zelfstandigen, vennootschappen als vzw’s) de deur opent naar een basisbankdienst zoals deze reeds 15 jaar bestaat voor particulieren.
In verschillende sectoren (zoals de diamantsector, de kansspelsector, de horecasector of de voetbalsector) kampen ondernemers met het probleem dat zij moeilijk een financiële instelling vinden die bereid is om een minimum aan betaaldiensten te leveren. Financiële instellingen staan immers huiverig tegenover het aanbieden van zulke diensten in sectoren waar de identificatie van de potentiële klant en de naleving van de antiwitwaswetgeving moeilijker kan zijn. Vaak worden zulke sectoren zelfs helemaal niet bediend. Dit is problematisch nu men in België in de praktijk geen vennootschap kan oprichten of geen onderneming kan opstarten zonder te beschikken over een bankrekening.

Dankzij de nieuwe wet zal een in België gevestigde onderneming die ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO), of deze inschrijving aanvraagt, na ten minste driemaal een weigering te hebben ontvangen van een financiële instelling van haar aanvraag om minimale betalingsdiensten te verkrijgen, een recht op een basisbankdienst kunnen bekomen.
De weigering van een dergelijke aanvraag moet door de financiële instelling gemotiveerd worden en binnen 10 werkdagen na ontvangst van de aanvraag worden medegedeeld aan de onderneming. Een onderneming kan o.a. geweigerd worden als klant op basis van de antiwitwaswetgeving, of indien zij reeds een betaalrekening in België of een andere lidstaat van de Europese Unie aanhoudt die haar de toegang tot zulke minimale betaaldiensten verleent.

Na drie van zulke weigeringen kan de onderneming een basisbankdienst aanvragen bij de basisbankdienst-kamer binnen de FOD Economie dewelke dan een advies zal vragen aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Na positief advies van de CFI – of een gebrek aan enige reactie binnen 60 dagen – zal de basisbankdienst-kamer een aanbieder van de basisbankdiensten aanwijzen, die deze toewijzing nog slechts op beperkte gronden kan weigeren.

Met de basisbankdienst kunnen ondernemingen eenvoudige betalingstransacties uitvoeren, zoals domicilieringen, storting van contanten en bankoverschrijvingen. De dienst wordt hen in euro of, op verzoek, in Amerikaanse dollar aangeboden. Ondernemingen moeten zowel fysiek (aan het loket in de bank of aan de bankautomaat), als online, van deze diensten kunnen genieten. Hiertoe dient ook een debetkaart te kunnen worden gebruikt. Er mag echter geen krediet worden verleend onder de basisbankdienst.

De wet zal in werking treden na 6 maanden volgend op de datum van publicatie ervan, zodat banken voldoende tijd hebben om zich hierop voor te bereiden.
Heeft u meer vragen over de nieuwe basisbankdienst voor ondernemingen? Contacteer dan onze finance partner Dieter Veestraeten (

Will the repairing law “insolvency” make an end to the “empty box” bankruptcies in Belgium?

On 21 October 2020, a Legislative Proposal was submitted with the title “Legislative proposal containing several amendments on the insolvency of companies”. Also for the bankruptcy practice, this proposal contains an important change. Most of the bankruptcies are an “empty box”, for instance because the company was neglected for years and there are no assets left to liquidate. The liquidation of these zombie companies costs the courts a lot of time and effort and apparently the State a lot of money.

Talking about money: this proposal mainly aims to reduce government spending. The legislative proposal wants to make the “turbo-liquidation” also available for companies that are being sued in court to be declared bankrupt. The court could then opt for judicial liquidation proceedings, instead of bankruptcy proceedings, either when asked as a subordinate request by the claimant, or on its own initiative. The court will at the same time pronounce the immediate closure of the liquidation, which implies that it is over and out for the company.

Also speaking of money: this legislative proposal ignores any possible cost-benefit analysis and the possibility that a receiver-in-bankruptcy in a seemingly “empty box”, may be able to collect assets or claims with a financial and social positive outcome.

During the parliamentary debate it should be carefully considered whether the protection of creditors is not unduly sacrificed for the benefit of the government’s finances.

La loi de réparation mettra-t-elle fin à toutes les boîtes vides dans le droit de la faillite?

Le 21 Octobre 2020 une proposition de loi a été introduite « portant plusieurs modifications en matière d’insolvabilité des entreprises ». Cette proposition contient aussi pour la pratique de la faillite une importante modification. La plupart des faillites concernent des « boîtes vides » quand l’entreprise a été négligée depuis des années et qu’il n’y a pas d’actif à liquider. La liquidation de ces entreprises « zombies » demande beaucoup de temps d’efforts de la part des tribunaux et coûte apparemment beaucoup d’argent à l’état.

Parlant d’argent: cette proposition vise surtout à réduire les dépenses de l’état. Pour limiter les coûts, la proposition de loi veut que la «turbo-liquidation » soit aussi possible pour les entreprises qui ont été assignées en faillite. Le tribunal pourrait alors prononcer la liquidation judiciaire de l’entreprise au lieu de la faillite, ou bien sur demande subsidiaire du demandeur ou bien à sa propre initiative. En même temps le tribunal ordonnera la clôture de la liquidation et l’entreprise cessera d’exister.

Parlant encore d’argent: cette proposition de loi se passe de toute analyse coûts-bénéfices et ignore la possibilité où un curateur, désigné pour une faillite à première vue vide, arrive malgré tout à discerner et liquider certains actifs avec un résultat financier et sociétal positif.

Une profonde évaluation devra avoir lieu pendant le débat parlementaire pour veiller à ce que les intérêts des créanciers ne serait pas vainement sacrifié pour le bénéfice des finances de l’état.

Zal de reparatiewet Insolventie alle Lege Dozen in het faillissementsrecht opplooien?

Op 21 Oktober 2020 werd een Wetsvoorstel ingediend “houdende diverse wijzigingen inzake insolventie van ondernemingen”. Ook voor de faillissementspraktijk houdt dit voorstel een belangrijke wijziging in.De meeste faillissementen zijn een “lege doos” omdat de onderneming al jarenlang is verwaarloosd en er geen activa te liquideren zijn. De liquidatie van deze zombie-bedrijven kost de rechtbanken veel tijd en moeite en de Staat blijkbaar veel geld.

Over geld gesproken: dit wetsvoorstel wil vooral overheidskosten uitsparen. Het wetsvoorstel wil de “turbo-liquidatie” ook mogelijk maken voor ondernemingen die in faling worden gedagvaard. De rechtbank kan dan de gerechtelijke vereffening uitspreken in plaats van het faillissement, ofwel op ondergeschikt verzoek van de eisende partij, ofwel op eigen initiatief. Tegelijkertijd wordt de onmiddellijke sluiting van de vereffening bevolen, zodat het over en uit is voor de onderneming.

Nog over geld gesproken : dit wetsvoorstel gaat voorbij aan elke kosten-batenanalyse en negeert de mogelijkheid dat een curator in een op eerste zicht “lege doos” toch activa of vorderingen weet te innen met een financieel en maatschappelijk positief resultaat.

Tijdens het parlementair debat zal toch grondig moeten worden afgewogen of de bescherming van de schuldeisers niet nodeloos wordt opgeofferd aan het belang van de overheidsuitgaven.

The impact of COVID-19 on IT contracts

The outbreak of COVID-19 and the measures taken by many governments have a significant impact on society as well as on the ability of contracting parties to perform their obligations under their commercial contracts, including IT related contracts. There are not only many uncertainties and questions about the fulfilment of running IT contracts but it is also important to consider some additional factors while drafting new IT contracts.

In our memo “Impact of COVID-19 on IT contracts”, we outline the impact of COVID-19 on current IT contracts and provide some suggestions on additional wording for new IT contracts.

Please find the PDF version of this memo here: Impact of Covid-19 on IT Contracts.

Dieter Veestraeten contributed the belgian chapter to the Legal 500: Lending & Secured Finance Country Comparative Guide

Astrea Banking & Finance Partner Dieter Veestraeten has contributed the Belgian Chapter to The Legal 500: Lending & Secured Finance Country Comparative Guide (2nd Edition).

The Legal 500’s Country Comparative Guides give a practical overview of the laws and regulations across a variety of jurisdictions, for specific practice areas.

The Lending & Secured Finance Country Comparative Guide provides information about foreign lenders, interest, security registration requirements, guarantees and tax incentives.

Each country chapter is written by leading lending and secured finance lawyers and industry specialists in an easy to use Q&A format.

Use the following link to read the complete chapter written by Dieter Veestraeten online: or download a PDF version of the chapter here: Lending & Secured Finance Country Comparative Guide – Belgian chapter.

Dieter Veestraeten contributed the belgian chapter to the International Comparative Legal Guide to Lending & Secured Finance 2020

Astrea Banking & Finance Partner Dieter Veestraeten has contributed the Belgian Chapter 30 of the International Comparative Legal Guide (ICLG) to Lending & Secured Finance 2020 (8th edition).

The ICLG to Lending & Secured Finance covers common issues in lending and secured finance laws and regulations – including guarantees, collateral security, financial assistance, syndicated lending/ agency/trustee/transfers. The Country Question and Answer Chapters give a broad overview of common issues in the laws and regulations of this practice area in 40 jurisdictions.

All chapters are written by leading lending and secured finance lawyers and industry specialists.

Use the following link to read the complete chapter written by Dieter Veestraeten online: or download a PDF version of the chapter here: ICLG to Lending & Secured Finance 2020.

Steven De Schrijver and Rudi Desmet contributed the belgian chapter to the International Comparative Legal Guide to Outsourcing 2020

Astrea’s Corporate & Technology partner Steven De Schrijver and Astrea’s Employment partner Rudi Desmet have contributed the Belgian Chapter 1 of the International Comparative Legal Guide to Outsourcing 2020 (5th edition).

This guide, which is divided into Country Question and Answer Chapters, covers common issues in outsourcing laws and regulations in a number of jurisdictions – including regulatory framework, legal structure procurement process, transfer of assets, employment law, data protection issues and information security, customer remedies, tax issues, insurance, intellectual property, liability and dispute resolution. All chapters are written by leading experts in this particular practice area.

Read the complete chapter written by Steven De Schrijver and Rudi Desmet: ICLG Outsourcing 2020 – Chapter 1: Belgium.